Subwoofers voor beginners: wat is belangrijk en wat zijn de mogelijkheden?

18 juli 2021 9 Minuten 1 Reacties
SVS SB-1000 Pro

Een subwoofer ziet er eenvoudig uit, maar is vaak een ingewikkeld toestel dat zich niet makkelijk laat plaatsen.

De meeste muziekliefhebbers en zelfs sommige surroundlovers onderschatten hoeveel een subwoofer kan doen om de beleving te verbeteren. “Te lastig” of “moet gewoon wat bassen produceren”, hoor je wel eens. Maar een subwoofer kan in elk systeem een waardevolle toevoeging betekenen.

Een subwoofer (of zoals de vrienden zeggen: een sub) is niet meer dan een gespecialiseerde luidspreker die ‘enkel’ lage tonen kan spelen. We hebben het dan over bassen, maar ook subbassen. Die ‘enkel’ in de eerste zin is wel wat oneerbiedig, want dergelijke lage tonen zuiver en correct produceren vereist meer techniek dan je misschien vermoedt. Er is relatief veel vermogen nodig om heel lage tonen te produceren, de woofer(s) moet(en) groot zijn om veel lucht te verplaatsen en de behuizing moet extra verstevigd worden om bestand te zijn tegen vibraties. Kortom, een goede subwoofer toont zich misschien als een anonieme grote doos, maar kan echt wel een sterk staaltje techniek zijn.

 

Welke frequenties?

Bij het woord ‘bassen’ denken veel mensen gewoon aan lage bonkende tonen. Een soort diepe, wollige bonk, zoals je op een festivalweide kunt ervaren of bij een slechte soundbar. Maar dan misken je echt wel wat bassen zijn en wat een subwoofer kan zijn. Laten we het eerst hebben over wat bassen en subbassen zijn in termen van frequentiebereik. Een bastoon situeert zich tussen 60 en 250 Hz, een subbastoon is lager dan die 60 Hz. Als je die cijfers vergelijkt met de frequenties die uit de meeste instrumenten komen, dan zal je zien dat niet enkel kerkorgels diepe bastonen produceren. Heel veel instrumenten hebben grondtonen in dat bereik, gaande van contrabassen en piano’s tot guitaren en cello’s. En dat geldt ook voor menselijke stemmen. Een mannenstem kan beginnen aan 85-100 Hz, een typische vrouwenstem start aan 165 Hz. Samengevat: uit een subwoofer komen niet enkel tonen die te maken hebben met diepe basbeats of (in het geval van surround) een explosie.

Yamaha-MusicCast-sub-100
Lees ook

Wat is een subwoofer en waarom heb je er een nodig?

En je gewone speakers?

Muziekliefhebbers die in stereo luisteren zullen vast opwerpen: “Ja, maar mijn luidsprekers produceren toch voldoende lage tonen”. Dat klopt. Deels. Bij een vloerstaander kun je zeker verwachten dat ze onder dat 100-Hz punt kunnen duiken, en misschien zelfs wel een heel stukje dieper. Een kleinere boekenplankspeaker zal het veel moeilijker hebben om echt laag te duiken. Ja, de specificaties zullen misschien een heel lage frequentie aangeven. Maar deze lage toon is gemeten aan een lagere volumepunt (bijvoorbeeld -6 dB) ten opzichte van de hogere frequenties. Met andere woorden: die lage toon is er misschien wel, maar betrekkelijk stil. En mogelijk enkel onder bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld met voldoende krachtige versterking of een bepaalde plaatsing.

Het gebruiken van een sub in combinatie met kleinere stereospeakers levert dus heel snel een vollere weergave op. Wat controversiëler is te stellen dat ook de meeste vloerstaanders er voordeel uit putten.

Subwoofers bij surround

Thuisbioscoopliefhebbers zullen zelden tegen een subwoofer zijn. Dat komt omdat wat ze beluisteren een heel ander karakter en opbouw heeft dan stereomuziek. Bij surround wordt er gewerkt met meerdere kanalen, waarbij heel diepe tonen in een apart LFE-kanaal verpakt worden. Het is echt ontworpen om door een ander toestel dan je speakers rondom af te spelen. In de context van surround moet je ook rekening houden met de karakteristieken van elke speaker. Zo kunnen die kleinere speakers achteraan de lage geluidseffecten niet goed weergeven; een subwoofer biedt op zo’n moment echt een broodnodige ondersteuning voor deze kleintjes. Dat is ook waarom je bij een goede thuisbioscoop nooit mag besparen op de subwoofer – het is een toestel dat heel hard werkt en de andere speakers ondersteunt.

Subs met een stereoversterker

In een 2.1-verhaal heeft de versterker een belangrijke rol te spelen. Niet om de subwoofer aan te sturen, want die is actief en bezit een eigen versterkingseenheid. Maar bij sommige stereoversterkers heb je een toegewijde subwooferuitgang én een mogelijkheid om een high-pass filter voor de speakers in te stellen. Bij andere versterkers is er geen sub-uitgang en moet je kiezen voor een pre-out of variabele uitgang. Wat is het verschil? Bij een sub-out zal de versterker enkel lage tonen naar de subwoofer sturen, een pre-out is een volledig signaal. Voor de subwoofer is dat laatste niet erg. Je kunt immers op de sub bepalen tot welke frequentie hij mag spelen. Een pluspunt bij een versterker waarbij je de low-passfilter of crossover kunt instellen is dat je stereospeakers die lage tonen niet meer moeten verwerken.

Waar plaats je een subwoofer?

Zoals gezegd is er vaak een samenspel tussen de lage bastonen en de vorm van je kamer. Er kan bijvoorbeeld een kamermode ontstaan, waarbij een bepaalde basgolfvorm tussen de muren of grond en plafond ontstaat. Hierdoor wordt net die frequentie (en soms: zijn meervouden) enorm versterkt, waardoor het enorm overheerst. Een ander probleem zijn ‘dead points’, plaatsen waar net een frequentie wordt weggedrukt zodat de bassen dun klinken. Ook kan er interactie zijn met de achterliggende muur of een hoek. Hierdoor kunnen de bassen krachtiger maar ook minder gedetailleerd overkomen.  Bij surround is dat nog een trucje dat je kunt toepassen, bij muziek is het wat ons betreft een minder goed idee. Maar probeer het zeker.

De interactie met de muur is sterker bij ‘open’ subwoofers met een basreflexopening in een bepaalde richting. Gesloten subs hebben er minder last van, maar kunnen vaak niet de diepste ultrabassen produceren.

In principe zijn bassen omnidirectioneel en zou je onder 80 Hz niet kunnen merken waar de speaker staat. Die 80 Hz is een THX-norm en dus vooral voor homecinema bedacht. Maar het is wel goed om hiermee te experimenteren, want in de praktijk kan het toch wat anders uitdraaien. Een plaatsing achter je bijvoorbeeld, kan bij een 2.1-opstelling voor muziek toch niet correct klinken omdat er een faseverschil is. Mogelijk kun je dat rechttrekken met de fase-knop op de sub, maar wellicht niet.

Voor het vinden van de correcte plaats voor je sub wordt de ‘subwoofer crawl’ voorgesteld. Plaats de subwoofer even op je zitplaats, speel muziek met luide bassen af, en kruip rond terwijl je luistert naar de bastonen. Op de plaats waar ze het best klinken, zowel qua detail als strakheid, daar hoort je subwoofer thuis.

Monitor audio subwoofer
Lees ook

Tips voor het kiezen, kopen en plaatsen van een subwoofer

Kamercorrectie

Sommige subwoofers komen met ingebouwde kamercorrectie. Dat is interessant, want net die lage bastonen zorgen wel eens voor akoestische problemen. Heb je een AV-receiver of een stereoversterker met ingebouwde kamercorrectie (zoals de Arcam SA-30 of NAD M33), dan is zo’n functie niet echt cruciaal.

App-bediening

Steeds meer subwoofers (zoals van SVS, ELAC of Bowers & Wilkins) komen met app-bediening. Soms vervangt het gewoon een remote en kun je zaken als het volume en fase instellen, soms kun je diepere DSP-functies via een equalizer instellen. Als er een kamercorrectiefunctie is, dan zit die meestal ook in een app. Veel correctiesystemen gebruiken immers de microfoon van je smartphone, al bestaan er ook met eigen microfoons.

Meer dan één subwoofer

Akoestisch zijn er argumenten voor het gebruiken van twee (of zelfs vier) subwoofers in een kamer. Het pluspunt van twee stuks is dat die subwoofers elk anders met de kamer reageren en ze als het ware elkaar aanvullen, zodat bijvoorbeeld dode punten verdwijnen.

Types subwoofers

De meeste subwoofers zijn actief. Ze bevatten dus eigen versterkers. Veelal bevat een sub één subwoofer, vaak een driver met een grote diameter zoals 10-inch of 12-inch. Als deze woofer een grote heen-en-weer-beweging maakt, spreek je van een lange slag of long-throw. Er zijn wel wat fans van de aanpak ‘één grote woofer’, omdat je (mits krachtige versterking) hiermee echt diep kunt duiken. Het is wel uitdagend om met één woofer heel strak en gecontroleerd te spelen. De oplossingen om dat mogelijk te maken, zoals grotere magneetsystemen achter de driver, maken het geheel nog gigantischer. Daarom kiezen sommige fabrikanten voor twee woofers die rug tegen rug geplaatst zijn. Door deze plaatsing kan er met kleinere drivers gewerkt worden (en is de sub kleiner) en is er goede demping van de woofers. Dat maakt dergelijke modellen dus meestal beter gecontroleerd. Uiteraard vind je ook nichetoestellen die speciale technieken toepassen om een nog beter resultaat te krijgen, zoals ronde behuizingen en veel kleinere drivers.

Sowieso moet een subwooferbehuizing trilvrij zijn. De stelling ‘een subwoofer die je in een hand kunt optillen is een slechte subwoofer’ is misschien wat overdreven, maar er zit wel een kern van waarheid in.

Wil je meer weten over subwoofers of andere luidsprekers? Lees dan onze tips en advies-sectie met alle achtergronden, tips en reportages.


Laat een reactie achter

Wil je een notificatie ontvangen wanneer er (op jouw reactie) gereageerd wordt? Maak dan een account aan.

Inloggen

Reacties (1)

wim

wim
02 augustus 2021 om 20:37

een zeer mooi en duidelijk geschreven artikel. Proficiat !

Inloggen