Verslag: De Marantz-dokter met de gouden vingers

19 december 2023 7 Minuten 0 Reacties
Marantz_Dr1
FWD award

Wie op zoek gaat naar een topversterker met klassieke looks, krijgt vroeg of laat Marantz in het vizier. De 2330, 2270 en 1060 behoren al decennialang tot de favorieten bij fans van vintage audio. Maar voor sommige liefhebbers is dat niet voldoende. Zij gaan aan de slag met de soldeerbout om hun apparaat nog beter te maken, soms geholpen door de ingenieurs van weleer.

Zelfstandig IT’er Tom Standaert verwelkomt mij op een zonnige zomerdag in het Oost-Vlaamse De Pinte. In zijn woonkamer valt moeilijk naast zijn passie voor vintage hifi te kijken. Op de platenkast staat een piekfijn verzorgde Luxman L-31 die een set KEF Concerto’s aanstuurt. Zoals zoveel speakers uit de jaren zeventig, zijn ook deze het slachtoffer geworden van een lekkende bloempot, maar Tom heeft het fineer geschuurd en opnieuw gelakt.

“Ik wissel vaak van apparatuur”, zegt hij. “Ik repareer vier tot vijf toestellen per jaar voor kennissen en telkens er één klaar is, belandt dat in de woonkamer. Dan laat ik het minstens twee weken spelen om zeker te zijn dat alles werkt.” De combinatie die er nu al enkele maanden staat, is een van de betere, vindt hij. “Ondanks zijn bescheiden vermogen van 38 watt per kanaal, werkt de Japanse Luxman bijzonder goed samen met de Britse KEF’s.”

Spectrumanalyse

En toch kan het altijd beter, vindt Tom. “Versterkers werden destijds ontworpen en getest op gehoor”, vertelt hij. “In de jaren zeventig was er natuurlijk nog geen sprake van spectrumanalyse en andere meettoestellen. Die zijn nu wel beschikbaar, waardoor we de ontwerpfoutjes van vroeger kunnen uitzuiveren.”

Bij de Luxman heeft Tom de condensator veranderd die de lage tonen beheert. “Platenspelers zijn gevoelig voor resonantie in de laagste frequenties”, zegt hij. “Hedendaagse versterkers hebben daar een filter voor, maar de Luxman had die nog niet. Het is een simpele aanpassing die de levensduur van de luidsprekers zal verlengen.”

Maar de echte passie van Tom zijn de Marantz-versterkers uit de jaren zeventig. Naast de platenkast staan drie exemplaren van de 1060 opgesteld, die intern radicaal van elkaar verschillen. De eerste is origineel, bij de tweede zijn alle slijtage-onderdelen vervangen en de derde heeft daar bovenop elke mogelijke upgrade gekregen.

“De 1060 is zeven jaar in productie geweest”, zegt Tom. “Gaandeweg werden er foutjes ontdekt die in de latere modellen zijn aangepast via bijvoorbeeld overbruggingen op de printplaten. Maar ook na het einde van de productie, in 1978, zijn liefhebbers het toestel blijven analyseren en verbeteren.”

Audiokarma

Op forums als Audiokarma.org worden bezitters geholpen door ingenieurs, soms zelfs experts die destijds betrokken waren bij het ontwerp, om hun eigen toestel beter te maken. “In een versterker zitten een hoop condensatoren die de verschillende frequenties van het geluid behandelen”, zegt Tom. “Door die te vervangen door condensatoren met een hogere of lagere waarde, kan je een frequentie afzwakken of net boosten. De originele 1060, bijvoorbeeld, geeft eigenlijk te weinig middentonen. Dat kan je aanpassen met een nieuwe condensator op de juiste plaats in het signaalpad.”

Tijd om te luisteren. Tom legt ‘Sunday at the Village Vanguard’ van Bill Evans op. Om zeker te zijn van een goed brongeluid, kiest hij voor zijn hedendaagse Pro-Ject Carbon-platenspeler, die naast de Marantz 6100 uit 1978 staat.

De drie instrumenten op de plaat – piano, bas en drum – worden opvallend goed van elkaar gescheiden. Scott LaFaro met zijn contrabas in het linkerkanaal, Bill Evans met zijn piano in het rechter en drummer Paul Motian daar ergens tussenin. De klankkleur is fris en transparant, zeker voor een opname van meer dan zestig jaar oud. Toegegeven, ik was sceptisch over de kans dat een liefhebber in zijn eigen atelier een Marantz kan verbeteren, maar dit klinkt écht bijzonder.

Om het verschil te laten horen, sluit Tom vervolgens de niet-geüpgradede 1060 aan op de Pro-Ject. Het contrast wordt meteen duidelijk. De versterker in standaardtrim toont een veel minder precieze scheiding tussen de instrumenten en een minder breed geluid. Het trio lijkt neus-aan-neus op een vierkante meter te staan. De nadruk ligt nu op de hoge en de lage tonen, de subtiele middentonen verdwijnen naar het achterplan. De niet-gemodificeerde Marantz speelt ook een stuk minder luid. “Hij is zo’n 30 procent stiller”, schat Tom.

Trage speakers

Ik ben benieuwd of het verschil even hoorbaar is bij andere genres, dus legt Tom de debuutplaat van A Murder in Mississippi op, een Oost-Vlaamse band die americana, country en folk door elkaar gooit. Het onderscheid tussen beide versterkers is er nog steeds, maar minder uitgesproken dan bij Bill Evans. “Dat komt door de speakers”, weet Tom. “Ik ben fan van de KEF Concerto’s, maar ze zijn minder geschikt voor rock en country. De speakers zijn er eigenlijk te ‘traag’ voor. Ze missen de agressiviteit die nodig is voor de hardere genres, maar dat maakt hen net aangenaam bij het beluisteren van jazz.”

We draaien de volumeknop dicht en trekken naar boven, waar Tom in zijn atelier werkt aan zijn tweede passie: lampenversterkers. Hij sleutelt er onder meer aan een set van Dynaco. Dat Amerikaanse merk specialiseerde zich in de jaren vijftig en zestig in lampenversterkers en voorversterkers, die als afgewerkt product, maar ook als zelfbouwkit werden verkocht, onder de naam Dynakit. Op die manier kon de prijs worden gedrukt. Kopers moesten zelf het moederbord met de stroomvoorziening, de transformator en de draaiknoppen verbinden.

“Ik hou van dat zelfbouwverhaal, maar ook van de eenvoud van lampenversterkers”, zegt Tom. “Afgezien van de lampen, komt er bijna geen technologie bij kijken. Ik denk dat er in een versterker hooguit vijftig componenten zitten, wat het een droom maakt om zelf aan te sleutelen.”

Tom werkt aan een complete set van Dynaco, met de tuner FM-3, de voorversterker PAS-3 en de hoofdversterker ST-70. “Ik heb deze uiteraard niet zelf gebouwd, daar ben ik niet oud genoeg voor, maar ik ben hem wel helemaal aan het herbouwen”, zegt Tom. “Al vrees ik dat ik een fout heb gemaakt met de aarding van de voorversterker, want ik krijg de voeding voorlopig niet in orde.”

Oranje gloed

Voor deze luistertest moeten we dus genoegen nemen met enkel de ST-70. Tom legt ‘El Camino’ van The Black Keys op. Eerlijk is eerlijk: de Dynakit ziet er cool uit, met zijn blinkende basis en oranje oplichtende lampen, maar moet zonder zijn voorversterker onderdoen voor het geluid van de Luxman en de Marantz die we eerder beluisterden. “Toegegeven, mijn lampenversterkers worden momenteel vooral in de kerstperiode aangesloten”, zegt Tom. “Ze geven zo’n gezellig licht, het is mijn alternatieve kerststal. Helaas ontwikkelen ze ook een enorme warmte na een uur, wat je een idee geeft van het stroomverbruik.”

Mijn aandacht wordt afgeleid door de set op de tuintafel, een oude dj-setup met twee platenspelers van SBR. “Een Micro Disco van Gracia”, licht Tom toe. “Een obscuur merk dat enkel via postorder te bestellen was. Ik heb hem helemaal gereviseerd en de nodige condensators vervangen.”

De Micro Disco is ideaal voor zomerse feestjes. “Dan draaien we foute platen in de tuin”, zegt Tom. “Je kan er een microfoon in pluggen en hij stopt niet met spelen als iemand er een drankje over morst.” Als project – een van de vele – heeft hij twee Lenco L75’s gekocht, de inbouwversie, om een nog betere discobar te bouwen. Maar dat is voor een volgende zomer.

Redacteur: Kevin Wouters

Reacties (0)