Review: Bowers & Wilkins 805 D4 – Helemaal volwassen

06 november 2021 + 10 minuten 2 Reacties
Bowers & Wilkins 805 D4

De D4-vernieuwing van de 800 Series illustreert opnieuw hoe sterk Bowers & Wilkins zijn eigen koers kan varen door in te zetten op doorgedreven research & development. De grote verrassing in deze generatiewissel is echter niet hoeveel beter het 800 D4-vlaggenschip is geworden, maar wel de transformatie die het 805-instapmodel heeft ondergaan. De ‘kleine’ 800 wordt nu eindelijk groot.

De eerste kennismaking met de 800 Series was voor ons in de Abbey Road Studios, maar inmiddels zijn we zelf aan de slag gegaan met de 805 D4. De 800 Series is bij Bowers & Wilkins de toplijn, als we even geen rekening houden met de eerder iconische Nautilus. Dat is ook wel een heel andere luidspreker, bijna een stukje erfgoed binnen de hifi-industrie. Zoek je de speakers die voortvloeien uit het nieuwste onderzoek bij het Britse bedrijf, dan moet je bij deze 800-lijn zijn. De nieuwe luidsprekerfamilie heet officieel 800 D4 Series, waarbij de D4 aangeeft dat dit de vierde generatie is met een diamanttweeter. De D4’s volgen de D3-speakers op die in 2016 werden voorgesteld en die waanzinnig veel innovatie naar de 800-lijn brachten. Is dat ook zo bij deze D4? Op eerste zicht zou je zeggen van niet. De vorm is grofweg gesteld hetzelfde gebleven. Maar toch even oppassen, want die indruk klopt niet helemaal. Het hangt er ook vanaf naar welke 800 je juist kijkt. Typisch aan de 800 Series is dat iedereen droomt van de topmodellen met hun aparte bolle turbineknop waarop een losgekoppelde tweeter rust. Als je die modellen bekijkt, zie je geen enorme stijlveranderingen tussen de D3- en D4-generaties. Maar dat is wel even anders bij de twee instapmodellen, de 805 D4-boekenplankspeaker en de 804 D4-vloerstaander. Het duo is substantieel aangepakt en lijkt nu meer dan ooit op hun grotere broers. Tijd om dus die kleinste en toegankelijkste 805 D4-model aan de Hegel H590-versterker te hangen! De prijs bedraagt 4.000 euro per luidspreker.

Bowers & Wilkins 805 D4 white and black

Wat2-wegs boekenplankspeaker
Frequentiebereik34 Hz tot 35 kHz
Impedantie8 Ohm (nominaal)
Gevoeligheid88 dB
Afmetingen44 x 24 x 37,3 cm
Gewicht15,55 kg

Tik-tak

Bij processorfabrikanten als Intel en AMD wordt vaak in twee trappen vernieuwd. Een eerste generatie is revolutionair en brengt nieuwe dingen, de volgende is een evolutie en verfijning van de voorgaande. Die tik-tak-approach, zoals het in de IT-wereld heet, lijkt hier op het eerste zicht ook te zijn toegepast. Of toch bij de hogere 800-modellen, de 803 D4, 802 D4 en 800 D4. Dat is geen kritiek; bij processors zijn de evolutieve generaties vaak de beste. De vergelijking gaat trouwens ook niet helemaal op. Zelfs bij de turbinekopmodellen zijn er grote veranderingen aangebracht, ze vallen gewoon niet meteen op als je naar een foto loert.

We zoomen in deze review echter in op 805 D4 – en daar zijn de technologische ingrepen met het blote oog zichtbaar. Het begint al met de luidsprekerkast zelf. Gedaan met het hoekigere ontwerp van de vorige generatie, nu heeft de 805 de reverse wrap-behuizing gekregen waarvoor je vroeger een duurder model moest aanschaffen. Bij deze techniek worden verschillende lagen hout op elkaar gelegd en onder enorme druk tot een dichtgeknepen U-vorm geperst. Om te voorkomen dat deze twee uiteindes terug open zouden plooien, worden ze bevestigd aan een blok aluminium met een koelvinafwerking. Dit is meteen de bescheiden achterkant van deze speaker, de plaats waar je de vier grote luidsprekerterminals vindt. De 805 D4 ziet er langs de achterkant even gelikt uit als vanuit eender welke andere hoek. Aan de binnenkant, die je niet ziet, vind je trouwens de cross-over.

De reverse wrap-behuizing is bovendien akoestisch interessant omdat de baffle vooraan naadloos overgaat in de zijkanten. Staande golven binnen de kast worden daarmee bestreden en ongewenste reflectie rond de drivers wordt vermeden. De gebogen vorm samen met ingrepen aan de binnenkant maken de 805 D4 nog steviger, zodat de speakerbehuizing trillingvrij blijft. Apart is ook hoe die opvallende zilverkleurige Continuum-driver met zijn grote metaalkleurige ring rondom als het ware uit de speaker groeit, zo lijkt het wel. Over dat Continuum-materiaal valt veel te vertellen, want het is best een bijzonder materiaal. Het oogt knap, met z’n zilverkleurig weefseltextuur-conus, maar is vooral op akoestisch vlak heel interessant. Break-up – waarbij een conus ongecontroleerd begint te bewegen – wordt naar zeer hoge frequenties geduwd en er zijn ook minder microscopische reflecties aan de rand. Continuum was uiteraard een blikvanger bij de D3-introductie, maar ook op de D4 speelt het een belangrijke rol.

Tweeter-on-top

Zeg ‘Bowers & Wilkins’ in een kamer vol hifi-lieden en in één adem prevelen ze ‘tweeter-on-top’. Deze techniek om de tweeter in een aparte behuizing boven op de speaker te parkeren is echt iets van de Britten. Het is zo herkenbaar dat je kunt stellen dat het iets overheersend is geworden. En bij de 805 D4 is het nog meer outspoken dan ooit. De tweeter-on-top is immers heel wat langer geworden. De solide tweeter-behuizing uit aluminium waarin de diamondtweeter vertoeft loopt helemaal tot achteraan. Deze lange buis fungeert als een omgekeerde hoorn waarin ongewenste geluidsgolven uit de achterkant van de tweeter uitdoven, waardoor je dus enkel de essentie uit de tweeter hoort rollen.

Je merkt bij het opstellen snel dat deze tweeter-on-top niet aan de behuizing is vastgetimmerd. Het geheel is akoestisch ontkoppeld, waardoor nog lichte beweging mogelijk is. De bedoeling is vooral dat de midrange-woofer de tweeter niet kan beïnvloeden (en omgekeerd, al is dat minder waarschijnlijk).

De hele tweeter-on-top-constructie moet je eens echt van nabij bekijken. Het is heel solide en knap gemaakt. Terwijl je dat staat te bewonderen zal je oog vallen op iets dat je vanuit je zetel misschien niet opviel. De bovenkant van de behuizing is afgewerkt met zwart leder, op een heel subtiele maar toch mooie wijze. Leder en speakers vinden we zelden goed samengaan – de meningen hierover verschillen, we weten het – maar hier lukt de combinatie wel. Misschien net omdat het zacht leder is, zonder een opvallend eggshell-patroon.

High–805 D4 Satin Walnut Snug Front

Een nieuwe kleurenkeuze

Nieuw bij de D4-generatie is een hippere kleurenkeuze. Naast de klassieke zwarte glanslakoptie, de satijnwitte uitvoering en de rosenut-editie die in Azië populair is kun je nu ook een walnootkleur kiezen. Het ziet er prachtig uit, wat ons betreft. De houtafwerking gaat heel mooi samen met de bovenkant in grijs leder en de matzilveren tweeterbehuizing.

Dit is het enige boekenplankmodel in de 800 D4-series. Meestal hanteer je bij deze categorie het woord ‘compact’. Dat gaan we nu niet doen, want dat woord is gewoonweg niet van toepassing als je over deze Brit spreekt. De 805 D4 is een kloek staandermodel, zwaar ook, onder meer vanwege het potige aluminiumblok achteraan. Zet je hem op de officiële stands dan spreek je over een geheel met een voetafdruk dat eigenlijk niet zoveel kleiner is dan de 804 D4. We kregen de stands bovendien door de fabrikant aangeleverd gevuld met zand. Wow, was dat even loodzwaar. We hebben ze niet gewogen, maar als je ons zou vertellen dat de speakers én stands samen veertig kilogram overstijgen zouden we het geloven.

Nog even over de FS-805 D4-stands: dit zijn de stands die volgens Bowers & Wilkins speciaal voor de 805 D4 ontworpen zijn. Zo’n stand is echt wel massief, hoewel het misschien zo niet lijkt. De bodemplaat is weliswaar heel solide, maar de stand zelf bestaat uit twee relatief platte halve cirkels die wat uit elkaar staan. In het midden is er dus een gleuf waar je doorkijkt. Elegant vinden we dat, vooral in het zilver. Bij de zwarte versie is de blinkende voet nogal een stofmagneet. De stands zijn trouwens niet zo goedkoop. Voor een paar betaal je 1.200 euro. Je kunt misschien goedkopere alternatieven vinden. Of het een goed idee is om kostbare en zware speakers zoals deze op dunnere maar goedkopere stands te plaatsen? Dat hangt van de stand af, maar wellicht niet. Je gaat ook niet gauw andere stands vinden met een bevestigingsplaat die exact dezelfde ovale vorm heeft als de onderkant van de 805 D4. Kortom, in je speakerbudget moet je echt de prijs van de stands meetellen.

Moeiteloos natuurlijk

Natuurlijkheid in het hogere middenrange en de hoge tonen blijft uitdagend voor vele luidsprekers. Bowers & Wilkins besteedt net aan die aspecten veel aandacht; vandaar ook dat ze veel onderzoek uitvoeren naar materialen zoals Continuum, het verleggen van breakup-punt en de verlengde tweeter-on-top-buis die deze 805 D4 iets apart geeft. Dat maakt voor een hoog dat kristalhelder is maar zelden fel. De speelse, Iers-aandoende fluit die ronddwarrelt tijdens ‘Flaming Red Hair’ op de soundtrack van ‘Lord of the Rings: Fellowship of the Ring’ is daar een mooi voorbeeld van. Het klinkt heel organisch en ja, gewoon écht. Dat de kleine – nu, ja – 805 D4’s soms vergeten dat ze geen vloerstaanders zijn, dat concluderen we wel vaker tijdens het beluisteren van deze collectie epische tracks. Niet alleen als er machtige pauken of een bataljon hoorns weerklinken bij heroïsche thema’s, maar evenzeer bij ‘Rivendell’ met zijn machtig koor of het pakkende ‘The Passing of the Elves’. Bij dat laatste horen we een voor een kleinere speaker immense soundstage die vol en coherent gevuld wordt met instrumenten. Het is onduidelijk of de zang in het verzonnen Elvish-taal door J.R.R Tolkien werd geschreven of het een adaptatie betreft, maar dat maakt niet uit: het blijft een melancholische hymne die door zijn grootschalige presentatie wel heel pakkend wordt neergezet. Bij Lord of the Rings denk je aan die weidse beelden van het landschap van Nieuw-Zeeland – excuseer, Midden-Aarde – en de epische daden die er plaatsvinden, en dat is wat de muziek van Howard Shore zou moeten evoceren. En dat is precies wat we meekrijgen, een verdienste van de 805 D4’s dat ze erin slagen om dat gevoel over te brengen. Wie zich afvraagt hoe we luisteren: de motor is de krachtige Hegel H590-versterker, waaraan we een Matrix Audio X3 SABRE-streamer/DAC hangen. Dat toestel is Roon Ready, wat ons meteen toelaat om op die manier te streamen.

‘Ain’t It a Lonely Feeling’ mag van 1975 dateren en niet piekfijn zijn opgenomen, hoe de stem van Camille Yarbrough dit nummer op gang trekt is geweldig. Het begint heel intimistisch, als de zangeres enkel voor jou daar op het podium staat. Mooi in het midden, helemaal los van de luidsprekers. Het lijkt bijna alsof ze er niet zijn. De 805 D4 geeft de volle textuur van haar stem mee, met wat lijkt op een tikje aarzeling bij het inademen bij het begin van de track. Die kleine microdetails verhogen dat realismegevoel echt wel enorm. De volgende track die Roon in shuffle play opdiende was ‘Apple Carts’ van Damon Albarns excentrieke Dr Dee-album, vele decennia later opgenomen. Iets helemaal anders, maar ook spaarzaam en met de aparte stemklank van de Blur-voorman perfect neergezet.

Net omdat Bowers & Wilkins zijn pijlen richt op het vermijden van vervorming, kunnen de 805 D4’s complexere tracks weergeven zonder dat het een geluidsbrij wordt. De speakers slagen er daardoor in om de complexiteit in de gelaagde nummers op ‘Emmaar’ van Tuareg-woestijnrockers Tinariwen weer te geven op een manier die best ongelooflijk is. Er zitten meer lagen in deze tracks dan je zou vermoeden, gewoonweg omdat ze niet altijd goed aan bod komen. Bij de 805 D4 kregen we wel die inzicht, waardoor we ook wat meer geboeid raken door deze muziek dan vroeger het geval was.

Diep, maar niet ultradiep

Bij baspoorten die naar de luisteraar gericht zijn, hebben we altijd schrik dat blaasgeluiden (chuffing) snel merkbaar gaan zijn. Dat gevaar bestaat, vooral als je heel luid speelt en veel basenergie wordt opgewekt. Bij de 805 D4 zie je wel meteen dat dit niet zomaar een opening is waarlangs lucht uit de behuizing geduwd wordt. De poort heeft een heel specifieke trechtervorm en een afwerking met putjes om de luchtbewegingen zo stil mogelijk te maken. Maar werkt het ook? We gissen dat Bowers & Wilkins, die net zoals andere Britse merken (zoals KEF en Monitor Audio) sterk inzet op simulaties, de nodige tests heeft uitgevoerd om de juiste vorm te vinden. We jagen in elk geval de pas verschenen 25ste verjaardagseditie van ‘Endtroducing’ van DJ Shadow (toevallig ook gemixt in Abbey Road) door de speakers, op vinyl (een peperdure grap dankzij Brexit-importkosten, zo bleek) en afgespeeld op een ELAC Miracord 90 Anniversary Edition. De debuutalbum van DJ Shadow is in zijn nieuwe gedaante even intrigerend als toen het in 1996 verscheen. ‘The Number Song’ bijvoorbeeld, met wat volgens ons een stukje melodie uit Metallica’s ‘Orion’ is, heeft een enorm gevoel van vaart op de 805 D4’s. De breaks en samples volgen elkaar snel op, maar geen zweetparels te bespeuren. Meer audiofiele speakers zijn vaak te deconstructief en analytisch voor urban genres die niet altijd zijn bedoeld voor kritische luistersessies maar gewoon voor de pure fun en emotie. Af en toe loert dat hier ook om de hoek, zeker als we even de remaster vergelijken met de MP3’s die we van de originele nog hebben liggen. Je bronmateriaal en misschien wel je muziekkeuze moeten wel goed zitten als je met speakers zoals deze aan de slag gaat. En de versterking? Een monster als de H590 is ruimschoots voldoende, maar ook de goedkopere Lyngdorf TDAI-3400 kon de 805 D4 probleemloos aansturen. We waren ook benieuwd of de Marantz Model 30 en SACD 30n een goede match zouden zijn, hoewel deze set in een lagere prijscategorie zit dan de speakers. Even aansluiten… en we zijn overtuigd dat het wel kan. Je introduceert een klein beetje kleuring, maar die combinatie van Bowers & Wilkins en Marantz werkt wel. Het lijkt een tikje zachter in het hoog, wat ‘The Lost Recordings – Live at the Berlin Jazz Festival 1966’ met het Stan Getz Quartet en Astrud Gilberto (heimelijk spelen we hier een uitgave gemaakt door Devialet, maar hou het stil) nog meer een warm en innemend karakter schenkt. Sound United, de holding achter Marantz én Bowers & Wilkins, zal het graag horen, want zij willen die twee merken meer aan elkaar koppelen. Al zullen zij wellicht liever de duurdere Marantz PM10 en SA10 gehuwd zien worden met de 805 D4’s.

Wat je ook kiest als motor voor deze kleinere Bowers & Wilkins, het lijkt aan te raden dat je een weloverwogen keuze maakt. De gevoeligheid van 88 dB insinueert dat je geen überkracht nodig hebt, maar Bowers & Wilkins-speakers presteren meestal wel beter als je ze wat meer vermogen voedt. Dat is ook hier het geval.

Eerder hadden we de kans om enkele weken met de 804 D4-vloerstaander te spelen. Echt A/B-vergelijken konden we helaas niet omdat de 804 D4 vertrok vooraleer de 805 D4 opdook. Maar afgaande op die ervaringen kunnen we wel aangeven waar het verschil zit: het laag, zowel qua diepte als controle. De 3-weg 804 D4 is de volmaaktere van de twee, wat nu ook geen verrassing is. De baspoort op de boekenplankspeaker kan niet twee grote Aerofoil-woofers, de naar beneden gerichte FlowPort én meer kastvolume evenaren. Dat maakt de 805 D4 trouwens niet een minderwaardige speaker, verre van. Een van de zaken die ons trof bij het beluisteren van vele soorten muziek is dat deze instapper zelfs aan een lage volume betrekkelijk vol klonk. Ook dan is er een basextensie die best knap is voor een kleinere speaker. Wat late-night listening, eventueel met een plaat uit de Late Night Tales-reeks bijvoorbeeld, kan dus wel. Maar als de buren klagen omdat je toch niet aan de verleiding kunt weerstaan om de volumeknop open te draaien, moet je niet komen klagen.

Conclusie

De spagaat tussen de 805 (en de 804) aan de ene kant en de 803 (en hogere modellen) aan de andere kant is duidelijk kleiner geworden. We gaan nu niet zeggen dat de twee instapmodellen in de 800 D3 Series inferieur waren, maar ze waren duidelijk niet uit hetzelfde hout gesneden als de turbinekopmodellen. Dat is bij deze D4-generatie anders.

De 805 D4 zet prestaties neer die het meer dan ooit een referentie in het segment maakt. Het blijft een volbloed-Bowers & Wilkins, met de karakteristieke focus op het weergeven van alle (micro)detail en het creëren van een realistische soundstage die je meteen naar de concertzaal of studio voert. Integratie is beter dan ooit, wat je laat genieten van een volwassen, authentieke sound. Iets kritischer voor bronmateriaal is ‘em dus wel en het kan zeker geen kwaad om topnotch-versterking te voorzien. Doe je dat, dan ga je getrakteerd worden op een knappe opvoering die realisme, detail en emotie met elkaar huwt.

9.0
Bowers Wilkins 805 D4

Beoordeling
Bowers & Wilkins 805 D4

Pluspunten
  • Fraai en natuurlijk detailweergave
  • Prachtige soundstage en plaatsing
  • Makkelijk in plaatsing
  • Klankmatig klopt het plaatje volledig
Minpunten
  • Prachtige stands, wel een grotere investering
  • Aansturing is belangrijk
  • Beetje toe-in nodig

Beoordeling Bowers & Wilkins 805 D4

De spagaat tussen de 805 (en de 804) aan de ene kant en de 803 (en hogere modellen) aan de andere kant is duidelijk kleiner geworden. We gaan nu niet zeggen dat de twee instapmodellen in de 800 D3 Series inferieur waren, maar ze waren duidelijk niet uit hetzelfde hout gesneden als de turbinekopmodellen. Dat is bij deze D4-generatie anders.

De 805 D4 zet prestaties neer die het meer dan ooit een referentie in het segment maakt. Het blijft een volbloed-Bowers & Wilkins, met de karakteristieke focus op het weergeven van alle (micro)detail en het creëren van een realistische soundstage die je meteen naar de concertzaal of studio voert. Integratie is beter dan ooit, wat je laat genieten van een volwassen, authentieke sound. Iets kritischer voor bronmateriaal is ‘em dus wel en het kan zeker geen kwaad om topnotch-versterking te voorzien. Doe je dat, dan ga je getrakteerd worden op een knappe opvoering die realisme, detail en emotie met elkaar huwt.

Prijsvergelijker Bowers & Wilkins 805 D4

Reacties (2)