Review: Sennheiser IE 600 – Gedreven alleskunners

12 maart 2022 + 10 minuten 1 Reacties
Sennheiser_IE_600_Application_Shot_16x9_P1130321_web

Een tijdje terug stelde Sennheiser de high-end IE900-oortjes voor en de goedkopere IE300’s voor audiofielen. Tussen die twee uitersten was nog plaats voor in-ears die het beste van beide werelden bieden. Dat zijn de IE 600’s geworden, hier in primeur getest.

Na de overname van de consumententak van Sennheiser door het medische bedrijf Sonova uit Zwitserland (onder meer bekend van hoorapparaten van Laperre) was het afwachten wat er met het 70-plus jaren oude audiomerk zou gebeuren. Zou de enorme kennisportfolio van Sennheiser worden gebruikt voor audiologische toepassingen en zou de hoofdtelefoontak dan uitdoven? Al snel werd het duidelijk dat dit niet zou gebeuren. Het bedrijf met roots in Wedemark bij Hannover heeft sinds de overname een reeks nieuwe producten voorgesteld, met als blikvangers twee bekabelde in-ears gericht op muziekliefhebbers die op zoek zijn naar een betere geluidskwaliteit. Sennheiser mikte daarbij tegelijkertijd op het instap- en het topsegment. Aan een kant presenteerde het de IE300 (kostprijs 249 euro), om kort daarna de IE900-vlaggenschip van 1.299 euro te lanceren. De IE 600 die we hier bekijken nestelt zich netjes tussen die twee. Met een prijskaartje van 699 euro is de Sennheiser IE 600 dan ook eerder gericht op veeleisende audiofielen, wat ook blijkt uit de meegeleverde accessoires.

WatIn-ears bekabeld
Frequentiebereik4 – 46.500 Hz
Ingangen6 x HDMI (3 x HDMI 2.1), 2 x optisch, USB-A, 2 x cinch, phono-in, Ethernet, WiFi
Impedantie18 Ohm
Gevoeligheid118 dB bij 1 kHz, 1 Vrms
Extra's6 paar tips, twee kabels (3,5 mm jack en 4,4 mm gebalanceerd), etui
Gewicht6 gram per oortje

Eén driver is genoeg

Ontwerpers van high-end in-ears zijn grofweg gesteld verdeeld in twee kampen. De ene verkiest te werken met een driver die alle frequenties voor zijn rekening neemt, de andere gelooft dat het beter is om elk oortje uit te rusten met meerdere speakertjes die elk een deel van het geluid verzorgen. Hoeveel speakers? Dat hangt af. Veel designs werken met twee of drie, maar er zijn ook merken die tien of meer durven proppen in de kleine toestellen. Indrukwekkend, gegeven dat zo’n apparaat uiteindelijk nog altijd in je oor moet passen. Waarom die tweedeling? De fabrikanten die inzetten op één driver vinden dit de beste manier om een coherent geluid te produceren, terwijl multidriver-voorstanders stellen dat bepaalde frequentieblokken (zoals bassen) een aparte aanpak vereist. Een driver die alles moet doen zou ook sneller last hebben van vervorming, luidt het. De uitdaging bij het gebruik van meerdere drivers is wel dat ze perfect op elkaar afgestemd moeten zijn, zodat er geen faseproblemen ontstaan. Anders komen sommige frequenties eerder bij je oor aan dan andere, waardoor instrumenten niet natuurlijk klinken. Kortom, aan beide aanpakken zijn voor- en nadelen.

Sennheiser zit in elk geval resoluut in het kamp van ‘één driver is beter’. Ook met de IE 600 wijkt het Duitse bedrijf daar niet van af. In deze oortjes steekt de 7-mm Sennheiser TrueResponse-transducer, een driver die nieuw ontworpen werd om vervorming te minimaliseren. Het wordt geproduceerd in de Ierse fabriek van Sennheiser, waar ook de high-end HD 800-hoofdtelefoons van de lijn rollen.

Bij het IE900-vlaggenschip dat vorig jaar verscheen vulde Sennheiser de toegepaste driver aan met een achterliggende kamer met een vorm die berekend was om de akoestische prestaties te verbeteren, met name op vlak van bassen. Die techniek druppelt nu ook neer naar dit model. Dat berekenen is één ding, een kleine kamer in een sowieso compact toestel exact creëren is moeilijk. Sennheiser heeft dat probleem opgelost door de behuizingen van de IE 600 met een 3D-printer te creëren. Qua materiaal koos het voor iets dat ‘ZR01 amorf zirkonium’ heet, een zeer hard glasachtig materiaal dat drie keer zo hard en buigbestendig is als staal. Wij hadden er nog nooit van gehoord, maar Sennheiser merkt fijntjes op dat ZR01 amorf zirkonium eveneens door de NASA werd gebruikt voor de boorkop op de Mars Rover. De fabrikant gelooft dat het door het gebruik van dit apart materiaal kan garanderen dat de IE 600’S “decennialang” kunnen meegaan. Een verfrissende boodschap in een markt dat gedomineerd wordt door draadloze oortjes die maar even lang meegaan als de onvervangbare batterijen.

Ambachtelijke uitstraling

Als je de IE 600-toestellen zelf in handen neemt, geloof je die uitspraken van Sennheiser wel. Ze ogen solide en voelen heel stevig aan. Bijzonder ook, met een soort patine-effect met een iets ruwer textuur. Dat ze veel wegen, dat gaan we nu ook niet beweren. We merken wel dat ze iets solider en zwaarder zijn, ook ten opzichte van de AKG N5005-oortjes die we graag als referentie hanteren. Maar het blijkt uiteindelijk toch maar om 6 gram per oortje te gaan, wat licht is.

De oortjes hebben min of meer dezelfde gestroomlijnde vorm als de andere IE-modellen, incluis een kabel die je achter de oorschelp leidt. Om alles nog beter op z’n plaats te houden is er een stukje kabel voorzien van een stijvere mantel die de lus achter je oor in de juiste vorm houdt. Zo’n oorhaak zorgt ervoor dat de IE 600’s goed op hun plaats blijven.

Het is natuurlijk even cruciaal dat de dopjes goed passen. Omdat elk oor toch anders is, moet je aanvankelijk wel even de meegeleverde dopjes of tips uitproberen om te zien welk type en maat bij je past. Sennheiser levert wel een uitgebreide selectie tips mee, incluis schuimrubberen Comply-achtige dopjes die we zelf heel goed vinden en drie sets uit silicon.

Ook op vlak van kabels krijg je meer dan het minimum. De meesten zullen wellicht opteren om de IE 600’s te gebruiken met een ongebalanceerde kabel met 3,5-mm jack. Sennheiser toont zich opnieuw een fan van de nieuwe 4,4-mm Pentaconn-standaard, en levert ook zo’n kabel mee. Heb je een DAP met zo’n ingang, zoals de Astell & Kern KANN Alpha die wij gebruiken? Dan kun je de IE 600’s gebalanceerd aansturen. Positief is sowieso de keuze voor MMCX-connectoren, waardoor je makkelijk achteraf ook bij derden nieuwe kabels op de kop kunt tikken. De kabels zijn ook omhuld met een materiaal dat heel weinig last heeft van microfonie. Tijdens het luisteren liepen we wel vaker rond en daarbij is contact tussen kabels en een trui onvermijdelijk. Dit veroorzaakte echter geen ongewenst lawaai. Mooi, het is een detail dat nog te vaak vergeten wordt.

Makkelijk aan te sturen

Zelf zegt Sennheiser dat ze voor de IE 600’s een neutraal geluidsweergave nagestreefd hebben. Het woord ‘neutraal’ wordt echter heel vaak bovengehaald, terwijl het zelden echt dat betekent. Een platte frequentierespons wordt immers door de meeste mensen als onaangenaam of koud ervaren, wijst onderzoek uit. Hier en daar moet er iets ‘extra’ zijn, zoals blijkt uit onder meer de Harman Curve die gebruikt wordt om de AKG N5005 te tunen en die gebaseerd is op de voorkeuren van ondervraagde muziekliefhebbers. We vermoeden stilletjes dat de IE 600 toch eerder gaat neigen richting een Sennheiser-sound, wat ook geen probleem hoeft te zijn. Hoe zit het echt? Sennheiser als een ingenieur-centrisch bedrijf publiceert zelf volledige meetcurves van de IE 600, ook in vergelijking met de andere producten. Daaruit leren we dat de nieuwe in-ears toch wat anders getuned zijn dan het IE 900-vlaggenschip. Merkbare verschillen situeren zich bij de subbassen, die wat presenter zijn, een zekere terughoudendheid tussen 500 en 2.000 Hz, maar wel wat meer presence tussen 2 en 5 kHz, waarna de audiofielere IE 900 dominanter wordt. Een iets meer uitgesproken V-vorm dus, wat de IE 600’s in theorie een meer universelere sound moet geven.

De IE 600 heeft een impedantie van 18 Ohm en een gevoeligheid van 118 dB. Dat zijn cijfers die laten vermoeden dat je deze in-ears op de meeste bronnen kunt aansluiten, incluis smartphones. Makkelijk aan te sturen dus, al moet je bij oortjes op dit prijsniveau toch eens nadenken over de aanschaf van een externe DAC om toch een betere kwaliteit te ervaren. Mobiele mini-DAC’s heb je trouwens al voor 150-200 euro, wat geen overdreven investering is. Voor ons testwerk vertrouwen we op de Astell & Kern KANN Alpha, een betere muziekspeler uitgerust met een zeer krachtige versterker. Dat vermogen hebben we voor de IE 600 eigenlijk niet nodig. Hoewel de KANN streamingdiensten en Roon Ready is, houden we het deze keer toch bij eigen muziekbestanden.

Lust bijna elk genre

We zijn meteen onder de indruk van de slam en kracht van de bassdrum bij ‘So Cruel’ op de heruitgave U2’s Achtung Baby, nog altijd een mijlpaal van Brian Eno’s producers-kunnen. Omdat de bassen niet wollig overkomen maar net strak en gecontroleerd, bewaart de IE 600 een gevoel van snelheid en ritmiek. Dat verhoogt de betrokkenheid, wat zich bij ons vertaalt in een been dat graag meewipt op de muziek. Op hetzelfde album is er bij ‘The Fly’ een prima scheiding tussen de overdrive van de gitaar van The Edge, de meer gefluisterde, vervormde zanglijn en het hoge gezang van Bono. Dat is een heel verschil met goedkope oortjes, die vaak worstelen met complexere arrangementen.

De IE 600 tonen hun veelzijdige kant als we de pas verschenen interpretaties van Jordi Savall bij Beethovens zesde tot negende symfonie erbij nemen. Het zijn knappe opnames gemaakt met het Le Concert des Nations-orkest in concertzalen in Polen en Catalonië, die met name bij het dynamische ‘Symfonie n°7 in A Majeur, Op. 92 III Presto’ er goed in slagen om de pure kracht die een symfonie-orkest kan produceren over te brengen. De pauken knallen, hoorns stijgen boven het orkest uit en in de stillere delen hebben de strijkers en blazers een zachter karakter. Meeslepend om te beluisteren! Ook het bekend Choral van Symfonie N°9 staat als een huis.

De IE 600’s zetten de Beethoven-stukken vooral in hun geheel neer, wat heel spannend en aangenaam is om te beluisteren. Het is een ervaring zoals je zou krijgen in de concertzaal zelf, misschien iets meer naar achter de zaal. Met die IE 900’s of meer audiofieler getunede in-ears ga je misschien iets meer de ruimtelijkheid meekrijgen en een tikje microdetail. Dat heeft ook zijn leuke kanten, maar het voordeel aan de IE 600 is dat je wel langer ontspannen kunt luisteren zonder dat je de indruk hebt dat je iets mist.

We zijn vooral aangenaam verrast hoe goed de IE 600 werkelijk elke genre aankan. Vocals komen er altijd mooi uit, zelfs als het de onwaarschijnlijke stem van Dhafer Youssef betreft op het treffen tussen Arabische en jazzmuziek op ‘Birds Requiem’. De man kan soms zo hoog zingen dat we bij bepaalde hoofdtelefoons even het volume een beetje intomen. Dat is hier niet het geval, waardoor we echt kunnen inzoomen op zijn vocale prestaties. Zijn bereik is niet te vatten breed, luister maar eens naar een nummer als ‘Sweet Blasphemy’. Ondanks alle aandacht die naar Dhafer Youssef gaat bij dit nummer, noteren we toch ook dat het fijne snarenspel op de oud ook wel heel authentiek overkomt. De uitgesproken presentatie van zang valt ons trouwens ook op bij ‘Formidable’ van Stromae, net als de beat en percussie die volwassen gepresenteerd wordt. We blijven toch altijd weer hangen bij de geweldige emotionele teksten van de Brusselaar.

Conclusie

Het grote pluspunt van de Sennheiser IE 600 is dat je met deze in-ears merkbaar een stap hoger zet qua geluidskwaliteit en dat ze toch heel universeel inzetbaar blijven. Onder meer de krachtige maar toch haarscherp gedefinieerde bassen maken deze in-ears ook geweldig voor techno en elektronische genres. Tegelijkertijd klinken ze ook niet donker of gesloten. Integendeel, vocals staan center-stage bij de IE 600’s en snaarinstrumenten krijgen ook een prominente plaats. Samengevat: deze in-ears zijn audiofiel maar ook niet té audiofiel. En dat is net goed.

9.0
ie_600_product_shot_1_final

Beoordeling
Sennheiser IE 600

Pluspunten
  • Geschikt voor een smartphone
  • Fraaie vocals
  • Zeer goede basprestaties
  • Coherent en gecontroleerd
  • Knappe, duurzame afwerking
Minpunten
  • Niet het ultieme qua microdetail

Beoordeling Sennheiser IE 600

Het grote pluspunt van de Sennheiser IE 600 is dat je met deze in-ears merkbaar een stap hoger zet qua geluidskwaliteit en dat ze toch heel universeel inzetbaar blijven. Onder meer de krachtige maar toch haarscherp gedefinieerde bassen maken deze in-ears ook geweldig voor techno en elektronische genres. Tegelijkertijd klinken ze ook niet donker of gesloten. Integendeel, vocals staan center-stage bij de IE 600’s en snaarinstrumenten krijgen ook een prominente plaats. Samengevat: deze in-ears zijn audiofiel maar ook niet té audiofiel. En dat is net goed.

Reacties (1)