Rijk aan detail
Dat de T8 gerust een plaats kan krijgen in een beter audiosysteem bleek toen ik de Eversolo-streamer toevoegde bij een Primare PRE35-voorversterker en A35.8-eindtrap die een paar Perlisten S4b-boekenplankspeakers aanstuurde. Omdat ik ook de DAC-Z10 op bezoek had, wisselde ik af. De T8 rechtstreeks op de USB-poort van de Primare-voorsterker hangen kon zeker, maar ik wou ook eens luisteren naar de T8 in combinatie met de DAC-Z10. Deze nieuwe convertor op basis van een paar AKM AK4191 en AK4499-chips hing op zijn beurt gebalanceerd aan de PRE35.

Het was met de streamer en DAC-combinatie dat er via de Eversolo-app op play werd gedrukt bij ‘Inferno’. De terugkeer van Boards of Canada heeft lang op zich laten wachten, want de vorige grote release van de Schotse ambient-pioniers dateert alweer van 2013. Dat is lang geleden, maar nummers als Hydrogen Helium Lithium Leviathan en Somewhere Right Now in the Future laten iets heel vertrouwd, zij het vrij donker horen. De weergave is echter verre van donker of dof, de T8 in combinatie met de DAC-Z10 leverde net geweldig rijk detail aan. Niet kil neergezet, maar organisch deel van het grotere geheel. Het is altijd mooi om zo naar muziek te luisteren, met het gevoel dat je alles te horen krijgt zonder dat de emotionele band doorgeknipt wordt. Overigens is de DAC-Z10 best ook een leuk toestel om naar te kijken. Ook hier kun je voor allerlei visueel snoepgoed kiezen, maar ik vond het nuttigste een soort flowchart-scherm waarop je de stappen in de conversie zit. Je ziet hier bijvoorbeeld onmiddellijk welke DAC-filter je geselecteerd hebt.
Bij Nobody Knows My Name van Morenike schakel ik over naar het direct aansturen van de DM36-DAC in de PRE35. Dat deed ik via USB, vertrekkende vanuit de toegewijde USB-poort op de T8. Er zijn er zoals gezegd drie aanwezig op de streamer, maar één is speciaal geïsoleerd zodat er geen interferentie van de T8 richting de externe DAC vertrekt. Het verstrekte een heel zuiver weergave van dit mooie album, dat een beetje doet denken aan de iconische werken van Mazzy Star. Via de T8 lieten de tracks Horses en Come Back veel vederlicht detail horen, incluis alle ruimtelijke informatie waardoor het karakter van deze liedjes echt goed overkomt. De cleane elektrische gitaar in het bijzonder kwam mooi uit de mix, met een plaatsing een stukje verder weg van de luisteraar. De aarzelende stem van de Italiaans-Nigeriaanse zangeres stond er helemaal van los van, wat het live-gevoel – alsof je in een kerk of een grote hal staat te luisteren – helemaal aandikte.

Wat is de inbreng van een digitale streamer in dit alles? Ontegensprekelijk is het hoorbare resultaat een som van alles, waarbij de Perlisten-speakers en de Primare-set absoluut van hun kant een grote bijdrage leverden. Bijvoorbeeld qua beeldvorming en de omvang van de soundstage. Maar zonder goed bronmateriaal kunnen een versterker en speakers maar weinig. De kwaliteit van de stroom die aan de DAC wordt aangeleverd moet een bepaald niveau halen, want de componenten die daarop volgen kunnen niet van iets minderwaardig iets geweldig maken. Op dat vlak overtuigd de T8 zonder twijfel, het voedde zowel de DAC-Z10 als de PRE35-DM36 op een voortreffelijke manier.
Morenike zocht ik op via Qobuz in de Eversolo Control-app, voor David Bowie’s ‘Blackstar’ gebruik ik liever de Tidal-app en Tidal Connect. Deze testamentrelease van een van de veelzijdigste artiesten van de laatste halfeeuw zit daar immers in een handige playlist met de albums die volgens de Grammy’s het beste zijn opgenomen. Handig om die bij de hand te hebben – en Blackstar is ook gewoon een persoonlijke favoriet. Werken via Tidal gaat even vlot als via de Eversolo-app, een stukje veelzijdigheid die ik wel op prijs stel. Bij het pakkende Lazarus leunde ik bijna automatisch naar voren, zo omhullend was het. Sowieso brengt dit slome nummer heel goed het einde der dagen gevoel over dat bij Bowie leefde en hier was dat nog tastbaarder. De T8 zorgde voor een ijzersterke basis, met weer een enorm gevoel van resolutie die uit de 96 kHz/24-bit bestanden voorkomt. De melancholische sax een stukje naar rechts, de open akkoorden op de gitaar die weergalmen over het podium… De driedimensionaliteit die hier te proeven viel was toch meer present dan als ik rechtstreeks streamde naar de PRE35. De T8 bleek dus wel echt een meerwaarde. Even later, deed ‘Sue’ sterk denken aan Bowie’s misschien wel onterecht verguisde ‘Earthling’ uitstap richting drum ‘n’ bass – je moet er maar voor zijn, wat wel objectief te merken viel dat de opzwepende percussie een prima snelheidsgevoel bezit. Ook hier is de rol van de T8 ondersteunend, maar het zorgde wel dat de DAC in de Primare niet moest worstelen met veel jitter.
Reacties (0)