De nieuwe Foundation-familie is een opvallende verschijning bij Canor. Met transistorgebaseerde versterking en een plat modern design is de Virtus I4S een enorme blikvanger, net als de bijhorende Verto D4S DAC. Beide bezitten intrigerende looks, maar ook een unieke mix van functies.
Canor noemt zichzelf graag een buizenspecialist. Als je kijkt naar hoe intensief het Slovaakse merk bezig is met het testen en selecteren van buizen vooraleer ze te gebruiken in hun vele versterkers en bronnen met een buizentrap, dan lijkt dit een heel legitieme label. De liefde voor buizenversterking gaat zelfs zo ver dat het merk het oranje van de lichtgloed die vacuümbuizen verspreiden als huiskleur heeft omhelsd. Hoe zit het dan met die nieuwe Foundation-lijn van Canor? Het gestroomlijnd industrieel design dat lonkt naar trends als Space Age Design of Retro-Futurisme van de jaren 60-70 is zeker spraakmakend. Maar dat is nog evenzeer het geval voor de gekozen klasse A/B-techniek met transistorversterking. Dat lijkt voor een buizenspecialist toch echt een breuk met het verleden. We schrijven ‘lijkt’, want stiekem is Canor al langer bezig met solid-state-versterking. Naast een eigen experiment, de AI 1.20, bouwt het als OEM-producent dergelijke producten voor derden.
De Foundation-lijn omvat momenteel twee toestellen die we hier samen als een set bekijken. De versterker in het gezelschap is de volledig analoge Virtus I4S van 2.799 euro, met de Verto D4S (2.499 euro) als bijhorende DAC met heel wat ingangen, incluis HDMI-eARC. Het design is heel stapelbaar, waardoor je met dit duo een compact maar toch opvallend audiosysteem in huis haalt. Canor zegt het niet expliciet, het vermoeden is sterk dat er nog meer Foundation-apparaten gaan komen. Al was het maar omdat de afstandsbediening knoppen heeft voor een cd-speler…
Wat
Verto D4S DAC
DAC
2 x ES9038Pro
Ingangen
AES/EBU, 2 x optisch, coaxiaal, USB klasse C, HDMI-ARC
Uitgangen
cinch, XLR
Extra's
7 inch lcd-scherm
Afmetingen
43 x 7,5 x 31 cm
Gewicht
8 kg
Prijs
2.499 euro
Wat
Virtus I4S geïntegreerde versterker
Vermogen
2 x 75 Watt (bij 8 ohm) klasse AB
Ingangen
2 x cinch, XLR, phono (MM/MC)
Uitgangen
2 x sub-uitgang (apart kanalen), cinch, XLR, hoofdtelefoonuitgang
Extra's
HT-modus instelbaar per ingang, rond touchscreen, MM/MM-instellingen
Afmetingen
43 x 7,5 x 31 cm
Gewicht
12 kg
Prijs
2.799 euro
Lonkt naar ruimtevaart
De Foundation-toestellen vielen al tijdens de High End-beurs in het voorjaar van 2025 op. Canor licht graag vroeg een tipje van de sluier op nieuwe producten, dat is een feit. Inmiddels zijn beide apparaten wel vlot te koop. Wat toen in München echt de aandacht trok was het platte moderne design. De DAC en de versterker presenteren zich als iets heel strak, met een dikke aluminiumplaat boven én onder, met daartussen een zwarte glasstrook. Het heeft wat weg van een hifi-laagjestaart.
Je kunt de Verto D4S en de Virtus I4S in drie kleuren krijgen: zwart, zilver en brons. Bij die twee laatste uitvoeringen is het contrast tussen die drie lagen groot, wat best knap is. Ook als je de twee toestellen op elkaar plaatst. Het is een design dat heel fris aanvoelt, al doet het tegelijkertijd denken aan iets uit de toekomst gezien door de bril van de jaren zestig én aan bepaalde slimline-componenten van begin jaren 2000. Veel invloeden dus, origineel is het in elk geval wel. Een pluspunt van het platte design is dat zelfs twee op elkaar gestapelde toestellen een compacter, woonkamervriendelijk muzieksysteem opleveren.
Wat de foto’s mogelijk niet duidelijk maken, is dat de materialenkeuze en afwerking echt wel zorgt voor een premiumgevoel. Ik had de Brons-versie op bezoek, eigenlijk een soort mat oranjebruin dat in het juiste interieur heel knap zal overkomen. Deze uitvoering ziet er iets anders dan de zwarte en zilveren versies, die beiden zoals bij veel Canors fraai geanodiseerd aluminium toepassen. Bij de bronskleurige versie is er geopteerd voor een egaal aangebrachte poederlak.
Filters visueel gemaakt
Bij de DAC vind je achter het voorpaneel een 7-inch display verstopt waarop je zaken als de gekozen input en huidige sampling rate kunt aflezen. Er verschijnt ook een kleine grafiek die illustreert wat de gekozen DAC-filter juist doet qua pre- en post-ringing. Een leuk idee. Je kunt er uit een zevental kiezen, een standaardkeuze die ESS biedt bij z’n DAC-chips. Canor zelf raadt de Optimal Transient-filter aan.
De Virtus I4S pronkt dan weer met de ronde volumeknop met een even cirkelvormige 1,8-inch touchscreen dat we al kennen van de Canor Virtus A3. Aan de knop draai je gewoon om muziek luider en stiller te zetten, het scherm in het midden roteert niet. Door erop te tikken en vegen kun je instellingen aanpassingen of verspringen van ingang. Bij de A3 vonden we het al een innovatief idee en ook hier is het een leuk element. Door op de toets ‘Theme’ te drukken op de remote, kun je trouwens wisselen tussen oranje of witte tekst en graphics.
Ingangen genoeg
Op technisch vlak is het sleutelwoord ‘dual-mono’. Zowel de Virtus I4S als de Verto D4S zijn zo opgebouwd, met elk kanaal van het begin tot het einde van de interne keten compleet gescheiden. In de DAC zijn daarom twee ESS Sabre 9038 DAC’s voorzien, een voor elk kanaal. Het analoge luik dat volgt bestaat volledig uit discrete onderdelen, niet op-amps, en is weer compleet gescheiden per kanaal. Dat maakt deze Verto D4S toch niet een alledaagse DA-convertor. XLR-uitgangen, naast een klassieke cinch, betekent dat je de kanalen strikt gescheiden kunt houden tot in een versterker. En inderdaad, de Virtus I4S heeft een XLR-input zodat je de kanalen mooi gescheiden kunt houden doorheen de hele keten. Qua ingangen bezit de Canor-DAC een aanbod dat past bij veel scenario’s: twee optische ingangen en een coaxiale zijn wat je verwacht, een USB-C en AES/EBU zijn dan weer nuttig om een hoogwaardige connectie met een digitale streamer te leggen. De Verto D4S bezit ten slotte een HDMI-ARC-ingang, met ondersteuning voor HDMI-CEC. Canor, dat een heel technisch merk is, heeft onder meer gezorgd voor een goede galvanische isolatie van die ingangen – belangrijk om ongewenste artefacten te vermijden.
Veel liefde voor vinyl
De gescheiden interne opbouw komt op een heel expliciete manier naar voren bij de Canor-versterker, die 2 x 75 watt (bij 8 ohm) belooft. Zo zijn de ingangen aan de achterzijde strikt opgedeeld in een linkse en rechtse groep. Een cinch-paar wordt bij een versterker meestal netjes naast elkaar gezet, hier moet de linkse kabel van een RCA- of XLR-kabel helemaal links en de rechtse helemaal aan de andere kant ingestoken worden. Als je een cinch-interconnect wil gebruiken, kies je dus best voor een die uit twee aparte kabels bestaat of waarbij je de kabel aan het uiteinde kunt splitsen.
Canor legde bij deze versterker de nadruk op zaken die het wel vaker belangrijk vindt, wat meteen deed denken aan eerdere producten van het merk die ik testte. Zoals het voedingsgedeelte, dat aangevuld is met flinke condensatoren per kanaal. Het voorzag ook een uitgebreider dan normaal phonovoorversterker, geschikt voor moving magnet maar ook – ongewoner – moving coil. Bovendien heb je via de remote de mogelijkheid om de gain en belastingswaarden aan te passen, en dat is al helemaal uitzonderlijk bij een geïntegreerde versterker. Canor biedt vinylliefhebbers hier dus echt een meerwaarde, daarop vertrouwend op hun kennis die ze toepassen in hun losse phonovoorversterkers. Nog een ander discreet onderdeel is de hoofdtelefoonversterker. Net als bij de Virtus A3 is dit niet een afgeleide van de hoofdversterking, maar een apart onderdeel dat de prestaties naar een hoger niveau tilt. Echt uitgebreid heb ik dit niet onderzocht, maar het kon probleemloos de taaiere Sennheiser HD 650 aansturen – het heeft dus wel iets in z’n mars.
De keerzijde is dat Canor opteerde om de Virtus I4S een beperkt aantal ingangen te geven. Nu ja, twee cinch-paren, een phono-ingang en een XLR-paar lijkt me al voldoende voor de meeste scenario’s.
Geen vrees voor dynamiek
De Foundation-lijn wordt door Canor gepositioneerd als hun ‘betere’ instapfamilie. Dat betekent echter niet dat je bij de Virtus I4S spreekt over een versterker met ondermaats vermogen. Het is een krachtig ding, met de stroomreserves die nodig zijn om pieken te verwerken. Hing ik de Canor-versterker aan de taaier aan te sturen Radiant Acoustics Clarity 66-speakers (zie elders in het magazine), dan was dit slank ding perfect in staat om een dynamisch nummer als Welcome To My World van Ezra Collective met veel drive in de kamer te pompen. Het was wel echt een kleine verrassing hoe competent de Canor-versterker uit de hoek kwam.
In dit geval was een Marantz SACD30n de bron, aangestuurd via Qobuz Connect en optisch aangesloten op de Verto 4DS. Ander luisterwerk gebeurde met een Eversolo DMP-A8 die puur als digitale streamer werd gebruikt en via USB op de DAC hing. En ook de Technics SL-1200GR2 met Nagaoka MP-700-cartridge mocht opdraven om het phonoluik van de Virtus I4S te evalueren.
Dankzij z’n ‘Mozart Momentum’–albums is Leif Ove Andsnes op mijn favorietenlijst beland. Recent bracht de pianist een nieuwe uit waarin hij de werken van de Noorse componist Geirr Tveitt speelt. Een niet zo bekende naam, wiens obscuriteit deels toe te schrijven is aan het feit dat driekwart van zijn composities verloren gingen in een huisbrand in de jaren zeventig. De hoofdmoot van het album is een sonata die wel gered werd, gevolgd door een reeks werken uit ‘Fifty Folk Tunes From Hardanger’. Het was heel mooi om te horen hoe de Verto D4S op het einde van No.2 Flute Sound die heel hoge pianonoten heel delicaat of de waterachtige nootsequenties van Stave Church-chant net betoverend vloeiend verwerkte. Tveit lijkt een heel fascinerende componist te zijn geweest, want onder meer bij het korte Langeleik Tune zijn er ook dwarse keuzes gemaakt die het net boeiend luisteren maken. Waarmee de Canor-DAC echt indruk maakt, is zijn natuurlijkheid. Het is niet analytisch, maar maskeert ook niet zaken.
Even sterk met MM als met MC
Canor zegt zelf dat ze hun buizenachtergrond niet wilden verloochenen bij deze solid-state toestellen. De bedoeling is dat ook de Virtus I4S klinkt als een echt Canor-product, niet helemaal anders dan de high-end buizenproducten. Dat is wel gelukt. Deels omdat Canor-versterkers sowieso niet een stereotiepe buizenklank bezitten, het doelwit was dus niet een overwarme klank. Dat gezegd zijnde, is het Canor Foundation-systeem gekenmerkt door een lichtwarme, gecontroleerde weergave die even goed is in het neerzetten van de lichtvoetige akoestische gitaar bij Kokomo, IN van Japanese Breakfast als de eigenzinnige jazzklanken die het gezang van Nubya Garcia ondersteunen bij Dawn. Twee heel andere nummers gestreamd via Roon en de Marantz, maar die wel beiden draaien rond vrouwelijke vocals die door de Verto D4S en Virtus I4S expressief worden neergezet. De Canor-set produceert een ruimere maar niet extreem expansieve stereostage via deze Clarity 66-speakers, wat zeker bij Garcia een intenser gevoel oplevert. Het was trouwens heel interessant om de Marantz SACD30n met z’n MMM-techniek rechtstreeks analoog op de Canor-versterker te hangen en te vergelijken met de speler optisch gekoppeld met de DAC. Er viel zo goed te horen hoe de Verto D4S iets anders uit de hoek kwam, een streepje neutraler en met fijner detail. Maar ongelooflijk anders was het ook niet.
De phonotrap van de Virtus I4S kwam heel sterk uit de hoek met de zweverige poptunes die je vindt op ‘Abracadabra’ van Québécoise Klô Pelgag met de Nagaoka. Stereoscheiding was uitstekend en de phonoversterker voegde niets ongewenst bij, wat een prima gedefinieerde soundstage opleverde. Het ruimtelijke karakter van deze Franstalige nummers was heel goed te proeven, op dit aspect is de Canor-versterker overtuigend geslaagd. De MC-ondersteuning is schiet ook niet tekort. Three Little Words van Dominique Fils-Aimé klonk via een Pro-Ject X2B met MC9-element even goed, met een mooie detaillering en een echt stille achtergrond – heel belangrijk bij heel stille signalen uit een moving coil-cartridge. Kortom, je haalt met deze Virtus I4S echt wel een heel componenten vinylweergever in huis.
Conclusie
Een versterker en een DAC is geen doorsnee combinatie voor een woonkamervriendelijk muzieksysteem. Toch vormen de Verto D4S en Virtus I4S samen een knap geheel, waarbij de Canor-versterker opvalt door zijn dynamische prestaties en controle. Je kunt elk apparaat uiteraard los gebruiken, maar het is als systeem dat het plaatje echt klopt. We hebben het dan niet enkel over het onderscheidende visuele design, maar ook hoe de twee componenten samen heel veel afdekken. Troeven van dit Foundation-systeem is het steengoede phono-luik geschikt voor MM/MC, de gebalanceerde opbouw die hoorbaar resolutie toevoegt en de link met de tv via de DAC. Mooi spul!
8.5
Beoordeling Canor Virtus I4S & Verto D4S
Pluspunten
Knap spraakmakend design, ook in setvorm
Heel goede MM/MC phono-input
Krachtig en gecontroleerd
Natuurgetrouwe conversie
HDMI-ARC-input op DAC
Minpunten
Geen streaming
Even wennen bij aansluiten interconnects
Beoordeling Canor Virtus I4S & Verto D4S
Een versterker en een DAC is geen doorsnee combinatie voor een woonkamervriendelijk muzieksysteem. Toch vormen de Verto D4S en Virtus I4S samen een knap geheel, waarbij de Canor-versterker opvalt door zijn dynamische prestaties en controle. Je kunt elk apparaat uiteraard los gebruiken, maar het is als systeem dat het plaatje echt klopt. We hebben het dan niet enkel over het onderscheidende visuele design, maar ook hoe de twee componenten samen heel veel afdekken. Troeven van dit Foundation-systeem is het steengoede phono-luik geschikt voor MM/MC, de gebalanceerde opbouw die hoorbaar resolutie toevoegt en de link met de tv via de DAC. Mooi spul!
Reacties (0)