Fabrieksbezoek: Octave – Buizenversterkers van topkwaliteit

30 juli 2026 + 10 minuten 0 Reacties
Octave_54
FWD award

De buizenversterkers van Octave zijn sinds kort toegevoegd aan het merkenpakket van Dynaudio Benelux, en om die aanwinst extra cachet te geven was ik door hen uitgenodigd om samen met een collega de fabriek in het Zuid-Duitse plaatsje Karlsbad te bezoeken. De ontvangst daar was allerhartelijkst, en in de fabriek bleef letterlijk geen deur gesloten. Alles mochten we zien, overal mochten we foto’s van maken. Dat is wel eens anders. Ik heb meermaals officiële documenten moeten ondertekenen om mijn stilzwijgen over bepaalde dingen te bekrachtigen, maar onze gastheer, Octave oprichter en directeur Andreas Hofmann was prettig zelfverzekerd in zijn overtuiging dat niemand anders kan wat hij doet.

Wie Karlsbad opzoekt in Google Maps (ik had bijna mijn leeftijd verraden door ‘op de landkaart’ te schrijven…) ziet dat dit pittoreske stadje aan de rand van het Zwarte Woud ligt. In dat gebied in het zuid-westen van Duitsland worden sinds oudsher niet alleen de beste koekoeksklokken ter wereld gemaakt, maar op de vleugels van de lange plaatselijke historie met fijnmechaniek is er ook een sterke concentratie van audiobedrijven. Denk bijvoorbeeld aan merknamen als DUAL en EMT, Gauder Akustik, Nubert én dus Octave. De fabriek van Octave is echter niet gevestigd in het plaatsje Karlsbad zelf, maar op een fors industrieterrein ten zuiden ervan. Vroeger vond je hier ook de fabriek van Herman Becker, en de mensen die nog ‘landkaart’ zeggen zullen zich die naam wel herinneren van de uitstekende autoradio’s die zij maakten. Becker is sindsdien overgenomen door de Harman Group, en het hotel waar we verbleven was dan ook ingesloten door Harman locaties. Bijna op wandelafstand van het hotel is Octave te vinden, en als we aan de hand van Andreas in de geschiedenis van zijn bedrijf duiken komen we óók de naam Becker weer tegen.

Historie en filosofie

Octave is een familiebedrijf, dat in 1968 werd opgericht voor de vader van Andreas. Hij specialiseerde zich in transformatoren. Grote en krachtige transformatoren, die bedoeld waren voor ultrasone lasapparaten, waarmee je kunststoffen met elkaar laat versmelten. Maar ook kleine trafo’s voor de aerospace- én de automotive industrie (daar komt Becker dus weer om de hoek kijken). Vooral voor de aerospace industrie werd een extreme graad van nauwkeurigheid en robuustheid geëist. Andreas kwam hobbymatig in aanraking met high-end hifi, en omdat hij in het bedrijf van zijn vader werkte kon hij al in 1970 zijn eerste voorversterker ontwikkelen. Die was nog gemaakt met transistoren, maar na twaalf jaar ontwikkelen zag in 1982 het eerste buizenontwerp van Andreas het levenslicht. Nog niet voor de handel, want Andreas, die zichzelf behalve een fantasierijke durfal ook een perfectionist noemt, was vastbesloten om iets unieks te gaan maken. Bestaande ontwerpen waren volop voorhanden, maar hij vond ze allemaal te teveel ruis en brom genereren, en hun uitgangsimpedantie was te hoog, waardoor ze lastig combineerden met de high-end solid state eindversterkers die in die tijd opgang vonden.

Dus zat er niets anders op dan zélf een schakeling te ontwikkelen. In 1986 kwam die op de markt in de vorm van de HP500 buizenvoorversterker, die in 1989 door StereoPlay tot de Referenz klasse werd verheven, en uiteindelijk tot 2005 werd gebouwd, met slechts kleine tussentijdse upgrades. Er werden ook geïntegreerde- en eindversterkers ontwikkeld, waarbij zeer veel nadruk werd gelegd op veiligheid en betrouwbaarheid. Oude ontwerpen waren volgens Andreas soms levensgevaarlijk, hij wilde per se iets maken dat niet in brand kon vliegen wanneer er een buis stuk ging. Daar was aanvullende beveiliging voor nodig, maar Andreas wilde die buiten het signaalpad houden, zodat de klankmatige eigenschapen van de versterker er niet door werden beïnvloed. Daarnaast moest de bediening intuïtief zijn, daarom hebben sommige modellen een automatische instelling van de bias (de ruststroom voor de eindbuizen) en is dat bij andere modellen zeer eenvoudig zelf te doen wanneer de buizen wat ouder worden en de bias een beetje bijstelling nodig heeft. Er zijn zelfs nog Octave versterkers uit de jaren 80 die nog steeds – probleemloos – dagelijks functioneren. Geen wegwerpproducten dus, maar versterkers die het gewoon blijven doen en dus altijd klaarstaan om muziek voor je te maken. Erfstukken, feitelijk…

Technische uitgangspunten - bruikbaarheid en veiligheid

Andreas hanteert een aantal vaste technische uitgangspunten voor al zijn ontwerpen. Zo moeten zijn versterkers veruit de meeste luidsprekers goed kunnen aandrijven, en niet alleen de hoog-efficiënte ontwerpen die vooral populair zijn bij eigenaren van kleine single ended triodeversterkers, en ze moeten breed inzetbaar zijn. Daarom is bij alle geïntegreerde en voorversterkers, indien de klant dat wenst, een lijningang uit te rusten een MM of MC phono-module. Voor wie meer instelmogelijkheden wil heeft Octave twee zeer aantrekkelijke losse phonotrappen in hun assortiment. Alle geïntegreerde en voorversterkers kunnen bovendien voorzien worden van een externe ondersteuning van de voeding. Deze Black Box en Super Black Box voedingen zijn altijd achteraf toe te voegen.

Het tweede belangrijke uitgangspunt is de beveiliging. Je kunt met Octave versterkers dingen doen die met andere buizen-ontwerpen uit den boze zijn omdat ze onmiddellijk tot storingen of schade kunnen leiden. Zo kun je een Octave versterker gewoon zonder luidsprekers aan hebben staan, en er mag zelfs signaal doorheen lopen. Bij andere buizenversterkers kan ‘onbelast’ aanzetten (door de reflectie van het signaal terug naar binnen) voor oscillaties in de uitgangstrafo’s zorgen, die tot ernstige schade kunnen leiden. Waar een Octave versterker óók geen boem door doet is kortsluiting van de luidsprekerkabels. Als je tijdens het draaien van muziek de luidsprekerkabels in een andere luidspreker wil prikken voor een snel vergelijk moet je elke andere buizenversterker uitschakelen. Ten eerste omdat je ze niet onbelast mag gebruiken, maar ook omdat het risico bestaat dat je per ongeluk contact maakt tussen plus en min van de luidsprekerkabel. Bij de meeste buizenversterkers is het dan einde oefening, niet bij Octave. En tot slot en dat is misschien nog wel het meest bizar, kun je tijdens het spelen van muziek gewoon een uitgangsbuis uit zijn socket trekken. Dat is sowieso niet aan te raden, zelfs niet met een vuurvaste handschoen aan, maar ook dáár gaat een Octave versterker niet stuk van.

Allemaal vrij ongebruikelijke of zelfs extreme situaties, maar het is zowel voor de retailer – die misschien een beetje huiverig is voor buizenversterkers – als voor de potentiële eindgebruiker prettig om te weten dat deze versterkers echt ongelooflijk robuust en veilig zijn, en eenvoudig in gebruik. Het aantal voor reparatie aangeboden exemplaren is al sinds het begin zeer laag. Maar buizen slijten toch? Jawel, maar in een Octave versterker gaat dat door de nauwkeurige en milde instellingen relatief langzaam. Reken er bij een paar uur luisteren per dag maar gerust op dat een set eindbuizen – fabricagefouten daargelaten uiteraard – tussen de 5 en 10 jaar mee kan gaan, en de kleine stuurbuizen gemakkelijk een jaar of 10. Wat we tijdens ons bezoek nog niet wisten, maar wat inmiddels wel is overeengekomen, is dat de garantie op de hardware is verhoogd naar 5 jaar, terwijl je op de buizen zes maanden garantie krijgt. Dat is in beide gevallen behoorlijk lang, en het geeft aan hoeveel vertrouwen Octave en Dynaudio Benelux hebben in deze met de hand vervaardigde producten.

De buizen

We hadden het al even over de buizen. Octave is geen voorstander van tube-rolling, waarbij de eigenaar van de versterker de weergave gaat ‘tweaken’ door er andere buizen in te zetten. De ontwerpen volgen een duidelijke klankfilosofie die alleen met de af-fabriek geleverde buizen wordt bereikt. Alle buizen zijn, omwille van de consistentie in de verkrijgbaarheid, van hedendaagse makelij en worden geleverd door BTB Elektronik in Fürth, de grootste buizenleverancier van Duitsland. Ze worden voorgeselecteerd aangeleverd, maar bij Octave worden ze nogmaals ALLEMAAL uitvoerig getest onder realistische omstandigheden. Dat betekent: exact zoals ze in de ontwerpen van Andreas worden gebruikt. Elke buis krijgt daarna een serienummer dat in de database van Octave wordt opgeslagen bij het serienummer van de versterker waarin ze komen te zitten. Als de eigenaar van die versterker ooit nieuwe buizen nodig heeft kan aan de hand van de database van Octave een exact gelijk presterend exemplaar of setje worden besteld.

De versterkers zijn true-pentode ontwerpen, dus niet ultralineair. Dat vergt een zorgvuldig ontwerp van het negatieve feedback-circuit, maar als dat klopt (en dat doet het bij Octave) levert het ook een krachtiger en dynamischer geluid op dat met een ultralineaire schakeling. Aan buizen-gelijkrichting doet Andreas niet, volgens hem geeft een gelijkrichterbuis in geïntegreerde en eindversterkers te weinig voltage af om de eindtrap goed aan te sturen. De aandacht voor details gaat zelfs zó ver dat het standaard meegeleverde netsnoer niet van Chinese makkelijk is, maar van Oostenrijkse, omdat die volgens Andreas duidelijk beter klinken en consistenter van kwaliteit zijn.

Zoals ik in de introductie al schreef konden we tijdens de rondleiding door de fabriek echt overal kijken en alles fotograferen. Andreas is niet bang voor pottenkijkende concurrentie. Zo mochten we ook een kijkje nemen bij de Vietnamese dame Huyen, die met vaardige handen en grote precisie alle door Octave gebruikte trafo’s wikkelt op twee speciaal voor deze taak aangeschafte Zwitserse machines, soms geholpen door een collega die de blikpakketten in elkaar vouwt. Het is ook wel heel handig natuurlijk, als het wikkelen van trafo’s je oorspronkelijke business is, maar veel fabrikanten die buizenversterkers maken kiezen uit kostenoverwegingen toch liever voor off-the-shelf producten van derden. Die voldoen echter niet aan de eisen van Andreas, dus het wikkelen gebeurt nog steeds in eigen huis en alleen door haar. Van werkelijk dunner-dan-haardunne draadjes voor de MC trafo’s tot millimeters dikke geleiders voor de grootste netstroom- en uitgangstrafo’s die in de enorme Jubilee versterkers worden toegepast.

In 2000, zo vertelt Andreas ons tijdens de lunch, nam hij het bedrijf officieel over van zijn vader, en veranderde hij de naam in Andreas Hofmann/Octave Audio. Er werken nu 16 mensen waaronder Andreas’s vrouw Elke, die als een moeder over het welzijn van de werknemers én de bezoekers waakt. Heerlijk, dit soort familiebedrijven!

Luisteren hoort er ook bij

Ook onze Oosterburen kennen het begrip ‘Het lekkerste voor het laatst bewaren’, al noemen ze het daar ‘Das Beste zum Schluss’. Na de uitgebreide geschiedenisles, de minstens net zo uitgebreide rondleiding door het pand en de lekkere lunch is het tijd geworden om ons in de luisterruimte te nestelen. Dat gehoormatige afstemming een belangrijk onderdeel is van de ontwikkeling van nieuwe versterkers wisten we al, maar de ruimte die Octave daarvoor gebruikt is indrukwekkend. Niet alleen vanwege de forse maat en de prettige inrichting, maar ook vanwege de bijzonder constructie. Het is een dubbelwandige ‘room in room’ waarbij je met de deur gesloten op buldersterkte naar muziek kunt luisteren zonder dat er buiten de ruimte veel van te horen is.

En wat doe je als fabrikant als er leden van de internationale pers komen? Dan pak je maximaal uit. Op ruime afstand tegenover de twee comfortabele luisterbanken staat een audiosysteem opgesteld om je vingers bij af te likken. Een paar TAD Reference 1 luidsprekers, aangestuurd door een Octave Jubilee Preamp SE met een solid-state uitgangsbuffer (voor een lagere uitgangsimpedantie), en zero feedback, die een paar Jubilee Class A monoblokken aanstuurt, die een bandbreedte van 10-100.000 Hertz hebben. Voor de tweede helft van de demo staat ook vast een paar Jubilee Mono Ultimate monoblokken warm te draaien (zonder belasting van de uitgang dus…). Muziek wordt gestreamd vanaf een Esoteric N-01XD streaming DAC, en alle bekabeling is Micro AIR van InAkustik.

 

We trappen dus af met de Jubilee Class A monoblokken, die ontwikkeld zijn met een iets warmer klinkend middengebied in gedachten, bij 160 watt in Klasse A, oplopend tot 260 watt in Klasse AB. Kate Bush leverde met het dubbelalbum ‘Aerial’ uit 2005 wat mij betreft haar Magnum Opus af. De luidsprekers staan zo opgesteld dat er echt een vrij kleine sweet-spot is op de middelste positie van de voorste bank, en mij valt de eer te beurt om daar als eerste te mogen gaan zitten. Later zullen we regelmatig van plaats wisselen om allemaal de optimale weergave te kunnen beleven. Het tweede album van de dubbelaar Aerial is eigenlijk één lange suite, die na een kort intro (Prelude) pas echt begint met het nummer Prologue. Andreas’ medewerker Andy neemt de demo op zich, en hij speelt luid. Maar de afbeelding is reusachtig, en zonder een spoor van compressie of scherpte. De weergave is extreem levendig, met veel timbre in de klank van de vleugelpiano. De stem staat voor mij echt prachtig geplaatst en afgebakend in het midden, maar de collega die naast me zit ervaart het wat anders, voor hem is de afbeelding wat te groot. Dat ligt dus aan de luidsprekers en hun opstelling, niet aan de versterking. De lage tonen van de vleugelpiano hebben een enorme energie en textuur, de twee 25-centimeter woofers in de door Andrew Jones ontworpen TAD’s weten er wel raad mee.

Leonard Cohen dan, You Want It Darker. Een stuk muziek dat wat mij betreft behoorlijk kapot is gedraaid op talloze hifishows, maar hier zit ik toch weer gefascineerd te luisteren naar de enorme hoeveelheid microdetail en articulatie in de rokerige bromstem van de oude bard. Ook de zang in de achtergrond is (eindelijk eens) zeer mooi los van de stem van Cohen te horen, en de verstaanbaarheid is voorbeeldig. We draaien daarna van alles, Stef Bos, Bill Frisell (een superspannende live-uitvoering van Heard It Through The Grapevine) en Nik Bärtsch’s Ronin. In elke opname horen we, zelfs gezeten buiten de sweetspot, een zeer krachtige maar tegelijkertijd milde weergave, een grootse en uitermate stabiele afbeelding en een enorme controle.

Ultiem...

Dan schakelen we over naar de Jubilee Mono Ultimate monoblokken, eveneens ondergebracht in forse torenvormige behuizingen, die per stuk ‘slechts’ 440 watt leveren. Luisterend naar Waiting For A Girl Like You van Heather Nova horen we inderdaad een wat neutraler geluid dan met de Class A Mono’s, maar het is zeker niet minder muzikaal. Wel krachtiger, en nóg moeitelozer. Ook de forse dynamiek in de track Ksycha van Martin Kohlstedt wordt zonder enige extra congestie (behalve die in de opname zelf) of vervorming weergegeven. Het bijzondere is dat deze weergave je in staat stelt om analytisch te luisteren, maar je daar tegelijkertijd geen bal van aan te trekken. De weergave is neutraal en eerlijk, maar niet meedogenloos. Ook de gewelddadige tribale muziek van Heilung wordt met speels gemak op hoog volume de luisterruimte ingepompt, en pas toen iemand een meting deed met een dB meter op zijn smartphone kwamen we erachter dat de geluidsdruk op sommige momenten boven de 100dB piekte. terwijl we nog op redelijk normale toon met elkaar konden praten. Dat lukt alleen als de hele keten spatzuiver presteert, wat hier op indrukwekkende wijze het geval was.

Afscheid

Als we later die avond na een verrukkelijk etentje afscheid nemen van Andreas en Andy hebben we het in de auto onderweg naar het hotel nog even over hoe bijzonder deze dag was. De indrukken die we hebben opgedaan waren uitermate positief. Hier wordt op een zeer hoog niveau en met een enorme liefde voor het product én voor muziek weergaloze hifi gebouwd. Door de openheid en gastvrijheid die ons ten deel vielen voelden ons echt zeer welkom, en wat we gezien en gehoord hebben heeft ons ervan overtuigd dat de Benelux zich gelukkig mag prijzen dat deze versterkers snel weer via een select dealernetwerk verkrijgbaar zullen zijn. Hou ze in de smiezen, en gaat dat horen!

Dynaudio Benelux, tel: +31(0)85-8772439, www.dynaudio.com

Reacties (0)