Review: Temporal Coherence PA 030 H – Betaalbare en goed presterende update

06 november 2025 + 10 minuten 0 Reacties
Temporal Coherence PA 030 H_A
FWD award

Hans van Maanen van Temporal Coherence is al jaren bezig met de relatie tussen metingen en geluidskwaliteit. Hij heeft daar veel onderzoek naar verricht en interessante artikelen over geschreven. Er komt uiteindelijk uit naar voren dat veel metingen vrijwel niets zeggen over hoe een audiocomponent klinkt. Dat moet dus anders.

In de hifi zijn duidelijk een aantal issues waar al jaren over wordt gesproken en geschreven. Een belangrijke vraag is waarom versterkers erg verschillend kunnen presteren, terwijl de (gebruikelijke) metingen nagenoeg hetzelfde zijn. Een tweede vraag is waarom versterkers niet altijd realistisch klinken. Een ander issue is dat er technisch onderlegde personen zijn die niet geloven in luistertesten en deze als onbetrouwbaar en subjectief wegzetten. Het zijn vaak alleen cijferfetisjisten (‘we meten alles’), maar het is in principe mogelijk om relaties te vinden tussen metingen en gehoormatige prestaties. Daarnaast zijn er mensen die zeer goed in staat zijn om op basis van luisterresultaten aan te geven waar apparatuur afwijkingen laat horen in vergelijking met natuurlijk geluid. In principe komt er van die technici en van die ervaren luisteraars in ieder geval nog iets dat zinvol is en waar je iets mee kunt, al was het maar omdat er dan een basis is voor discussie en verdere verbreding van inzichten, kennis en vormen van onderbouwing, ook al zijn ze misschien niet altijd juist. Een echt probleem zit in de vele partijen die online los gaan over een bepaald topic. Een voorbeeld dat iedereen wel herkent is de eeuwige discussie over tegenkoppeling. De meningen staan haaks op elkaar en dat kan in principe niet, maar deze meningen zijn zelden onderbouwd. Ze zijn gebaseerd op slordige, onbegrepen en ultieme versimpelingen van wat er in werkelijkheid gebeurt. Vergelijkbaar met politieke oneliners die in verkiezingstijd populair zijn. Het gaat allemaal voorbij aan de complexe nuance die in werkelijkheid speelt. Het gevolg is dat de consument er niets meer van begrijpt, volledig foute denkbeelden over hifi ontwikkelt en overgeleverd is aan fabrikanten die komen met de standaardmetingen die weinig zeggen en/of bewust echt zinvolle meetcijfers achterhouden.

Vroeger was alles beter?

Als recensent krijg je wel eens de opmerking dat de reviews vroeger veel beter waren. Dan worden publicaties aangehaald als Audio & Techniek en ViFi. Het argument is dan dat daar gemeten werd. Dat past in een tijdsbeeld. De meeste bladen kwamen vroeger met meetcijfers en het zogenaamde subjectieve review (luisteren) bestond niet. Wat vergeten wordt is dat veel van die metingen niet veel openbaarden over de geluidskwaliteit. Je kreeg dan een cijfer voor de signaal/ruisverhouding van een tuner. Natuurlijk geeft een betere verhouding een iets schoner signaal, maar het zegt helemaal niets over hoe die tuner dan echt klinkt. Sommige bladen probe(e)r(d)en wel een relatie te leggen tussen metingen en gehoormatige prestaties (bijvoorbeeld Hi-Fi News & Record Review). Toch nog steeds hetzelfde probleem. We hebben vrijwel geen geschikte metingen om echt te duiden hoe een hifi-component gehoormatig presteert. Vrijwel iedereen kan zien dat in de folders de allerbeste en de allerslechtste luidspreker dezelfde meetcijfers hebben. Het is niet voor niets dat reviews op een zeker moment vergezeld gingen van luistertesten. Je kunt de meest perfecte (gebruikelijke) meetcijfers hebben, maar de luisterervaring van je schoonmoeder zegt al veel meer over hoe een apparaat echt klinkt. Dat hele meetargument is dus erg ongenuanceerd en die hele materie is veel complexer dan de oneliners daarover op internetsites en fora. Als je er dus iets over wilt zeggen kom dan maar eens met een meetprocedure die aangeeft waarom de ene versterker betrokken, spannend en uitnodigend klinkt en waarom je bij een ander exemplaar in slaap valt door verregaande saaiheid. Al dat gemeet van vroeger is dus voor een groot deel voor niets geweest.

Meten en luisteren

Bij Temporal Coherence zetten ze al jaren stappen om te begrijpen waarom de gebruikelijke metingen en meetcijfers vaak heel weinig zeggen over hoe een versterker echt presteert en welke metingen je dan wel nodig hebt die aansluiten bij de ontwerpaspecten die echt prestatiebepalend zijn. De kritiek gaat dus enerzijds naar wetenschappers, technici en ontwerpers die vaak alleen bouwen op metingen die weinig zeggen over de gehoormatige prestaties van versterkers. ‘Je kunt alles meten’ zeggen ze dan. In theorie is dat waar, maar dan moet je wel de goede metingen toepassen en die kunnen relateren aan gehoormatige eigenschappen en ook aan ontwerpprincipes. Dat is nog niet volledig gerealiseerd. Anderzijds geeft Temporal Coherence aan dat luisteren zeer belangrijk is. Zelfs waarnemingen van personen die niet echt getraind zijn in luisteren moet je serieus nemen. Twee redenen zijn dat vrijwel iedereen genadeloos vast kan stellen of je naar echt geluid of naar weergegeven geluid luistert en ten tweede omdat ons gehoor zo ver ontwikkeld is dat het ‘metingen’ kan verrichten waar we nog nooit van hebben gehoord en die voorlopig niet met onze technische apparatuur uitgevoerd kunnen worden. Er zijn in ieder geval mensen die getraind zijn om te luisteren en dat meestal zonder subjectiviteit en belangen kunnen doen. Vaak zijn dat musici en studiotechnici die de hele dag met echte stemmen en instrumenten werken. Wat zij aangeven, tijdens het luisteren naar versterkers, is fundamenteel van belang. Je kunt dan een hele discussie gaan voeren over subjectiviteit, objectiviteit en belangen, maar dat weten we inmiddels wel. Er zijn gewoon personen die zonder belang kunnen luisteren en in staat zijn om de subjectiviteit grotendeels uit te schakelen. Je kunt best livemuziek vergelijken met wat een hifi-systeem daarmee doet en daar iets zinvols over zeggen. Zulke personen zijn vaak professionals met een lange training en ervaring. Temporal Coherence neemt dus alle luisterervaringen serieus, maar geeft wel aan dat het bij voorkeur werkt met ervaren luisteraars die langer blootgesteld worden aan bekende werken. Er zijn ook nog puur wetenschappelijke blinde luistertesten. Ook met risico’s, voordelen en nadelen. Toch kun je behoorlijk voor de bijl gaan als je beweert het verschil tussen twee kabels te kunnen horen, hoewel sommigen dat echt kunnen. De essentie is in ieder geval dat je voor het beoordelen van de prestaties van versterkers zowel moet meten als luisteren. Die metingen moeten terug te voeren zijn op gehoormatige eigenschappen maar ook op technische bouwprincipes. Het luisteren moet iets zeggen over in hoeverre de weergave afwijkt van de realiteit, waarna je die waarneming direct kunt relateren aan een gehoormatige eigenschap die een relatie heeft met een technische oplossing waaraan je kunt meten.

Wat doen we met die kennis?

Al die opgedane kennis is natuurlijk toepasbaar bij het ontwikkelen van nieuwe versterkers. Versterkers die natuurlijker en ‘echter’ klinken. Iets waar men bij Temporal Coherence naar streeft. Collega Hans van Maanen werkt al jaren aan dit soort vraagstukken en heeft daar uitgebreide theoretische verhandelingen over gepubliceerd. Hans komt daarin met de achterliggende theorie en met wiskundige modellen die argumenten opleveren. Hij presenteert zijn onderzoeken aan de AES (Audio Engineering Society). Daar heb je best enig lef voor nodig, want de AES bestaat uit deskundigen die vaak diep in de theorie en de praktijk zitten. Er zijn maar weinig audiobedrijven in de consumentensector die hun technische inzichten en verworvenheden aan zo’n gezelschap van deskundigen durven presenteren. Voor zover mij bekend geen kabelbedrijven en zijn er weinig presentaties over consumentenaudio.

De theorie achter die metingen gaat te diep voor deze luchtige review. Hans heeft op basis van die ontdekkingen zijn versterker weer aangepast. Op de website van Temporal Coherence zijn verschillende artikelen en presentaties te vinden voor degenen die even diep in deze materie willen duiken. Toch is het interessant en meteen volstrekt incompleet en onvoldoende, om enige inzichten te delen met de lezers.

Inzichten

Hans schaart alles dat een volstrekt natuurlijke weergave in de weg staat onder de noemer D&A (distortion & artefacts), hoewel niet elk artefact een negatieve waarneembare invloed hoeft te hebben. Een groot probleem is dat de meeste metingen worden gedaan met vaste tonen (vaste frequentie) met een vaste amplitude (geluidssterkte). Een versterker wordt dan even doorgefloten met een toontje van 1000 Hz. Dat zegt heel weinig. Kort door de bocht alleen dat er geluid uit die versterker komt. De lezer zal begrijpen dat een echt muzieksignaal bestaat uit honderden tonen met verschillende vaste en soms wisselende frequenties en amplitudes. Je zou dus moeten meten met signalen die zoveel mogelijk echte muziek simuleren. Eigenlijk zou je moeten kunnen testen met echte muziek. Een representatief stukje muziek bevat alle geluidsmatige aspecten die belangrijk zijn voor een realistische weergave. Die zou je kunnen identificeren in dat stukje muziek, vastleggen in bijvoorbeeld twintig variabelen en die zou je per stuk kunnen kwantificeren middels een meetprocedure. Best nog lastig. Hoe meet je bijvoorbeeld de variabele ‘ruimte’? Kun je daar een meetbare digitale signatuur aan koppelen tijdens die identificatie? De volgende stap is dat je elke variabele koppelt aan een of met elkaar samenhangende technische bouwprincipes. Als je nog verder denkt zou zo’n digitale signatuur weer kunnen bestaan uit een conglomeraat van samenstellende variabelen. Eigenlijk is hier een sublieme toepassing van AI voor mogelijk. Je kunt het zo uittekenen.

Een ander inzicht is dat een versterker wisselende uitgangsvermogens levert, afhankelijk van de muziek. Werkpunten van versterkertrappen veranderen daardoor en dat is onder andere afhankelijk van de interne impedantie van de voeding. Ook moeten de voedingspanningen in de versterker vast blijven. Variatie kan waarneembaar worden in de muziek. Je kunt dat dan wel gaan meten met een vaste sinus, maar dat zegt niets. Die variaties treden op als gevolg van variaties in het muzieksignaal. Dat heeft uiteraard invloed op de weergave van muziek. Ook hebben versterkers altijd een beperkte bandbreedte. Daardoor ontstaat tijdversmering. Het punt is dat je de meeste van die verschijnselen niet kunt meten op een simpele manier. Fabrikanten van versterkers geven de resultaten van echt bepalende metingen ook niet in de specificaties. Wat zal de consument wel denken als de versterker zoveel microseconden tijdversmering heeft of voedingsspanningsvariaties als je muziek gaat afspelen? Soms lees je bij de specs nog net dat er een voeding is met een lage interne weerstand. Een andere weinig zeggende meting bestaat uit het gaan meten met een vaste weerstand als belasting. Hoe dom kun je zijn, want het zegt niets over de gehoormatige resultaten.

Voor tegenkoppeling-fetisjisten met hun ongenuanceerde en haast digitale keuzes voor de mate van tegenkoppeling, is het zinvol om te bedenken dat er zeer veel mogelijkheden voor tegenkoppeling zijn en dat er talloze waarden zijn voor de vele parameters die hierbij betrokken zijn. Er is op dit moment geen uitgebreide theorie over tegenkoppeling en er zijn geen realistische testsignalen (multi-spectraal met een groot dynamisch bereik en snelle veranderingen in het tijdsdomein). Zoals bekend is de match tussen de versterker en de luidsprekers fundamenteel. Die interactie is erg complex. De match moet kloppen en is de basis voor een goed presterend systeem. Audiofielen begrijpen dit vaak niet en gaan de set te lijf met het hele universum aan accessoires. Waarschijnlijk met hetzelfde desastreuze resultaat als op een holistische manier je hond helpen. Het realiseren van een match wordt eenvoudiger als luidsprekers een meer resistieve belasting zouden vormen. Dat is te realiseren door een Zobel-netwerk toe te voegen aan elke luidsprekereenheid, maar fabrikanten zijn nog niet zover. Voor we zover zijn klinken heel dure systemen niet altijd erg bovengemiddeld. Het gaat om de samenwerking tussen componenten en minder om de componenten zelf, hoe duur ze ook zijn. Dat neemt uiteraard niet weg dat een aantal duurdere versterkers betere prestaties neerzetten. Je moet eigenlijk iemand vinden die echt snapt hoe componenten samenwerken en niet zelf gaan rommelen. Soms zijn dat mensen uit een winkel, want die bouwen continue complete systemen. Daar komt vaak een stukje kennis en ervaring vandaan.

Werkhypothese

Temporal Coherence heeft, op basis van een nog veel uitgebreider theorie dan hierboven beschreven, een soort werkhypothese gemaakt om in ieder geval een aantal fundamentele zaken aan te pakken die van invloed zijn op de gehoormatige prestaties van versterkers en die worden ook toegepast in de producten van dit merk. Een aantal van die uitgangspunten zijn het lineariseren van de individuele versterkertrappen, het verlagen en zo constant mogelijk houden van de uitgangsimpedantie van de vermogenstrap, de luidsprekerimpedantie zoveel mogelijk ohms maken en stabiele voedingsspanningen met voldoende piekstroomcapaciteit realiseren. Het zijn een aantal principes die je ook wel tegenkomt bij de grote ontwerpers van versterkers. Denk aan Tom Colangelo, Keith Johnson, Nelson Pass, John Curl en Bascom King. Er zijn waarneembare verschillen tussen versterkers. Van een onbetrokken en zouteloos ‘zoefgeluid’, tot producten die natuurlijk en realistisch klinken en je op het puntje van je stoel zetten.

Temporal Coherence PA 030 H

Om de toepassing van al die theorie aan den lijve te ondervinden staat de laatste versie van de PA 030 (genaamd PA 030 H) eindversterker in de luisterruimte. Daartussendoor was er nog een bezoek van de phono-versterker en deze biedt een enorme kwaliteit. De PA 030 H is voorzien van een radicaal nieuw ontwerp en is bedoeld om een zo natuurlijk mogelijk geluid te produceren. Deze versterker heeft een uitgangsvermogen van 30 watt per kanaal bij 4 ohm, dus uit het magazijn is een setje luidsprekers gehaald met een hoger rendement. Daar is een zo neutraal mogelijk systeem omheen gebouwd met een hoge kwaliteit van het frontend en ook van de luidsprekers. Je wilt immers weten wat alleen die eindversterker doet. Er wordt dus zo goed mogelijk beschreven hoe dat geluid nu is en er is niet vergeleken met de vroegere versie, de PA 030. Die is hier ook geweest, enige tijd geleden, maar je zou ze naast elkaar moeten beluisteren om de exacte verschillen te duiden.

Luisteren

De PA 030 H is heel sterk in ruimte, dynamiek, klank en het echt ontbreken van scherpte in het klankbeeld. Er zijn nog steeds versterkers die te helder en gemeen klinken met vooral strijkers. Hier is sprake van een heel natuurlijke tonaliteit. Het middengebied klinkt fraai en dat komt goed naar voren met vocals en solo-instrumenten. De versterker klinkt schoon en er is rust. Luisterend met een oor zowat in de luidspreker, levert geen enkel spoortje ruis of brom op. Er wordt wel gezegd dat een echt goed audiosysteem alle muziek goed moet kunnen weergeven. Wie realistisch denkt, zal begrijpen dat de PA 030 H enige moeite zal hebben met grootschalige klassieke uitvoeringen of een live-popconcert. Dertig watt bij 4 ohm kent beperkingen. Aan de andere kant moet eerlijk opgemerkt worden dat deze versterker zich toch staande hield met die grote orkestwerken op luidsprekers met weliswaar een hoger rendement, maar eigenlijk een maatje te groot. Er klonk absoluut geen vervorming en er was helemaal geen aanwijzing dat deze PA 030 H op de grens van de mogelijkheden opereerde. Wat je wel merkt is dat je de enorme expressieve kracht, energie en de scherp gefocusseerde en uitgelijnde images van stemmen en instrumenten, zoals duurdere en zwaardere versterkers vaak kunnen presenteren en het geluid daarmee plastischer maken, iets minder beleeft.

Het is beter om te kijken waar deze PA 030 H het beste kan presteren. Kies een paar fraaie monitoren of kleine vloerstaanders met een hoger rendement. Samen met de PA 030 H staat er dan een weergaloze set waar genres zoals singer-songwriter, klassiek in kleinere bezettingen, veel pop en allerlei vormen van folkmusic en niet-westerse tracks zullen shinen. Zeker voor de relatief bescheiden investering in deze eindversterker is er in de markt nauwelijks een natuurlijker en schoner geluid verkrijgbaar. Ook nog met een enorme ruimtelijke weergave en een flink dynamisch bereik.

Prijs

Temporal Coherence PA 030 H €  2.295,-
www.temporalcoherence.nl

Reacties (0)