Review: Takumi TT Level 1.1 – Nederlandse platenspeler van topkwaliteit

23 april 2026 + 10 minuten 0 Reacties
Takumi TT Level 1.1_X_33
FWD award

Toen ik in 2024 de Takumi TT Level 2.1DC platenspeler onder handen mocht nemen was ik zeer in mijn nopjes met de geboden kwaliteit. Maar de typeaanduiding 2.1DC wees er toen al op dat er eigenlijk ook een 1.1 zou moeten zijn. Dat was echter een tijdje niet zo, maar de nieuwe TT 1.1 is er nu, en één van de eerste productiemodellen stond een tijdje op de plek van mijn Technics.

De Japanse samenleving is rijk aan licht ongrijpbare filosofische begrippen die op lange tradities zijn gebaseerd. Takumi is er daar één van. Nahoko Kojima, een bekende Japanse kunstenares die ongelooflijk complexe en verfijnde sculpturen van papier maakt, omschrijft het zo: “De essentie van Takumi is het verkrijgen van een subliem begrip van de nuances van een bepaalde kunstvorm. Je moet je concentreren en talloze uren aan één ding besteden, en daarin volharden. Het vereist dat je je geest leegmaakt en je concentreert op een manier die simpelweg niet mogelijk is wanneer je nog bezig bent met het verwerven van een vaardigheid.” Als je kijkt naar de aandacht waarmee oprichter Rik Stoet in de loop der jaren met het verbeteren van het ontwerp van zijn platenspelers bezig is geweest past die omschrijving perfect. Bovendien wijst het op een bewust gekozen missie en werkwijze. Zijn spelers oogsten onverminderd lof, zowel wat betreft de uitrusting (hoe kan hij voor deze prijs een toonarm maken met een titanium armbuis?) als over de weergavekwaliteit (die steevast als muzikaal en meeslepend wordt omschreven). Om erachter te komen hoe hij dat voor elkaar krijgt kijken we eerst even naar hoe de speler is opgebouwd.

Loopwerk

De lagere prijs van de 1.1 ten opzichte van de 2.1DC werd bereikt met behulp van een aantal zorgvuldig afgewogen aanpassingen. Het uitgangspunt van Takumi is om ongewenste resonanties zo min mogelijk kans te geven, en dat vergt een nauwkeurige balans tussen componenten. Je kunt niet lukraak dingen veranderen, alles moet opnieuw berekend en gemeten worden. Ten opzichte van de TT Level 2.1DC is het middels CNC uit massief acryl gedraaide plateau van de 1.1 geen 28 millimeter dik, maar 18 millimeter, en het uiterst nauwkeurig uit aluminium gedraaide subplateau, waar de aandrijfriem omheen loopt, is geen 21,5 millimeter dik maar 13,5 millimeter. Wat overigens nog steeds ruim dik genoeg is om de snaar er gemakkelijk omheen te kunnen leggen. Het subplateau is wel nog steeds voorzien van drie dempende rubberen noppen waar je het plateau op legt, en heeft – opnieuw een bijzonderheid in deze prijsklasse – een as van keramiek.

In de doos van de platenspeler vind je een flesje olie. Die is voor het middenlager, waar het subplateau in draait. Als de speler nog helemaal nieuw is druppel je ongeveer 10 druppels van die olie in het middenlager, dat voor het transport is afgedekt met een goed passend rubberen dopje om stof uit het lager te houden. Bewaar dat dopje zorgvuldig, want als je de speler wil vervoeren moet je het subplateau verwijderen, en dan voorkomt dat dopje eventuele lekkages. Voor je het subplateau in het lager plaatst smeer je met een schone vinger nog enkele druppels olie op de as. De passing van de keramieken as in het lager is zó precies dat het lang duurt voor het subplateau helemaal in het lager is gezakt, wat op zeer nauwe toleranties tijdens de fabricage duidt, waarvoor hulde!

De bevestiging van de toonarm aan de basisplaat (die leverbaar is in transparant en zwart acryl) is iets eenvoudiger bij de 1.1, maar het instellen van de VTA middels een inbusschroef in de kraag waar de armpilaar doorheen loopt is nog steeds mogelijk. De forse dempende voetjes van de 1.1 zijn in tegenstelling tot die onder de 2.1DC niet in hoogte verstelbaar, maar dat is geen probleem als je de speler op een oppervlak zet dat mooi vlak en waterpas is. Daarnaast ontbreken de ingebouwde libel waarmee de 2.1DC eenvoudig waterpas te stellen is, en de optie om platen met een snelheid van 78rpm af te spelen. De besparing komt duidelijk uit een optelsom in de breedte, en niet uit de diepte. Wederom hulde!

Innovatie

Naast alle besparingen is er bij Takumi ook altijd plaats voor innovaties. De meest in het oog springende upgrade is het toepassen van een AC motor met een elektronisch regelsysteem. De gelijkloop zou daardoor moeten verbeteren. De andere innovaties hebben eigenlijk allemaal met resonatiecontrole te maken. Zo levert Takumi een kleine rubberen ring mee die je om de as van het subplateau legt, waardoor eventuele lager-noise, rumble of akoestisch teruggekoppelde resonanties via de basisplaat – waarin het lager is gemonteerd – worden gedempt. En als je goed naar de spindle kijkt, het van boven afgeronde centrale staafje waar je de plaat overheen legt om hem op het plateau te centreren, zie je óók iets opmerkelijks: die is ongewoon dun. Dat komt omdat Rik hier een denksprong heeft gemaakt die ik redelijk briljant vind. In één van de meegeleverde ziplock zakjes zat iets dat ik in eerste instantie niet kon thuisbrengen. Een vreemde, asymmetrisch gevormde metalen kraal leek het wel, ongeveer ter grootte van een flinke capsule waarmee je medicijnen inneemt, die aan één kant een concentrische uitsparing had. Aan de telefoon vertelde Rik me dat dat de ‘buiten’spindle was, die je op twee manieren over de dunne ‘binnen’spindle kunt schuiven. Zijn visie op ontkoppeling gaat zó ver dat het de bedoeling is dat je de buitenspindle eerst met de concentrische uitsparing aan de bovenkant over de binnenspindle schuift. Ter hoogte van de plek waar de spindle overgaat in het plateau omsluit het gat van de plaat de spindle dan volledig en is de plaat perfect gecentreerd. Als je nu de buitenspindle voorzichtig van de binnenspindle haalt en hem omdraait, raakt de spindle de gecentreerde plaat niet meer, en ook dat levert weer een heel klein beetje winst op qua overdracht van resonanties vanuit het lager.

Door de vorm van de buitenspindle blijft het echter mogelijk om de meegeleverde lichte Delrin puck – die niet bedoeld is als aandrukgewicht, maar als demper – perfect gecentreerd over de spindle te zetten. De keuze om de buitenspindle elke keer om te draaien is optioneel, je kunt er ook voor kiezen om hem permanent met de concentrische uitsparing naar boven te laten zitten (de puck is dan nog steeds perfect te centreren), en ik denk dat er beslist eigenaren zullen zijn die het wel best vinden en hem inderdaad gewoon altijd zo zullen gebruiken, maar het geeft wél aan hoe goed er is nagedacht over het bereiken van een zo laag mogelijke verstoring van de aftasting van de plaat.

Het plateau

Het plateau is dus gemaakt van acryl, een materiaal dat niet alleen fraai oogt, maar dat qua dichtheid en dempende eigenschappen zéér dicht in de buurt ligt van het vinyl waar de plaat van is geperst. Het is dan ook de bedoeling dat je de plaat direct op het acryl legt, want dan absorbeert het materiaal ongewenste resonanties uit de plaat het beste, en kan de naald ongestoord zijn aftastende werk doen. In mijn review van de TT 2.1DC schreef ik al dat ik geen fan was van gladde, harde plateaus. Ik schrijf nu ‘was’, want lange tijd ‘was’ ik geen fan om twee redenen. De eerste reden, namelijk dat ik het geluid zonder mat vaak wat te levendig vind in het hoog, is in de loop der tijd afgezwakt door een paar ontmoetingen met platenspelers die absoluut wél het beste klonken zónder mat (waaronder de Takumi TT Level 2.1DC), maar mijn tweede en belangrijkste bezwaar blijft bestaan. De mens is een gewoontedier, en bij snaaraangedreven platenspelers heb ik vanouds de gewoonte om het plateau gedurende de hele luistersessie te laten draaien. De reden daarvoor is dat elke keer stoppen en opnieuw opstarten op termijn meer rek veroorzaakt in de snaar, waardoor de snaar slijt en de draaisnelheid minder nauwkeurig wordt. Als je de speler laat draaien spaar je de snaar.

Maar wanneer je dan een plaat op zo’n draaiend glad plateau neerlegt hóór je het oppervlak van het plateau kortstondig tegen het vinyl van de plaat schuren. Dat kan oppervlakkige krassen op de plaat veroorzaken en daar koester ik mijn collectie teveel voor. Ik heb voor gladde plateaus daarom altijd de uitstekende en extreem dunne TEAC TA-TS30UN-BW mat van Washi papier bij de hand. Deze mat is (papier)dun genoeg om de VTA niet te hoeven bijstellen en vaak geeft hij ook een betere weergave met meer ‘drive’. Bij de TT 2.1DC constateerde ik tot mijn verrassing echter al dat deze mat klankmatig geen verschil maakte, maar me alsnog gewoon een veiliger gevoel gaf, en dat scenario herhaalde zich bij de TT Level 1.1. Aan de andere kant: de snaar die Rik bij de speler levert is geen exotisch type. Wel heel robuust, en als hij op een gegeven moment aan vervanging toe is (ze gaan gewoonlijk tussen de 3 en 5 jaar mee bij regelmatig gebruik) zal hij niet méér dan een paar tientjes kosten. En bovendien nodigt de wisselbare spindle uit om het plateau wel degelijk stil te zetten wanneer je de plaat omdraait of een nieuwe opzet. Ik zou eraan kunnen wennen…

De toonarm

De toonarm is geen ingekocht OEM product, maar helemaal door Rik zelf ontwikkeld. Het is een statisch gebalanceerde arm met een cardanisch lagerblok met precisielagers, een dunwandige titanium armbuis en een vaste headshell van aluminium (de azimuth is instelbaar middels een schroefje aan de onderkant van de armbuis). Het uit twee delen bestaande en extra gedempte contragewicht van de 1.1 is identiek aan dat van de 2.1DC. De dwarsdrukcompensatie is magnetisch, en je stelt hem op gevoel in met een duimschroef op de armkraag. Vaak zie je dat fabrikanten van elementen en platenspelers adviseren om de dwarsdrukcompensatie in te stellen op dezelfde waarde als de naalddruk, maar in de praktijk is het een dynamische waarde en kom ik vaak lager uit door te luisteren. Dwarsdrukcompensatie, ook wel antiskating genoemd, is noodzakelijk omdat de arm, door de offset van de headshell (die staat ongeveer 22 graden naar binnen geknikt) naar het midden van de plaat wordt getrokken. Dat effect heet ‘skating’. Hierdoor wordt de linker groefwand (het linker kanaal van de stereo-opname) teveel belast, wat niet alleen tot een ongebalanceerde weergave of vervorming leidt, maar ook tot ongelijkmatige naaldslijtage.

Er moet dus een tegengestelde kracht worden toegepast om dat te compenseren: anti-skating. Soms hangt er daarvoor een gewichtje aan een draadje aan het einde van de arm, maar er zijn ook systemen met een veertje of magnetische oplossingen, zoals bij deze arm. Je kunt er een testplaat voor gebruiken, maar niet iedereen heeft die in huis. Ik luister altijd naar een elpee waarvan ik weet dat het centrum van het stereobeeld mooi in het midden zit, vaak hoor je daar de zang. Als het beeld, midden tussen de luidsprekers beluisterd, naar links neigt drukt het element dus te hard tegen de binnenste of linker groefwand (van voren bekeken) en staat de dwarsdrukcompensatie te laag, helt het beeld achter naar rechts dan staat de dwarsdrukcompensatie te hoog. Het kan zijn dat je hier een tijdje mee bezig bent om het goed te bepalen, maar in de praktijk werkt deze methode uitstekend.

De armbekabeling is uit één stuk, dat betekent dat er van de klemmetjes aan de headshell-leads die je aan het element vastmaakt tot de rca-connectoren die je in de phonotrap steekt geen onderbrekingen in de kabel zitten. De gebruikte kabel is van zeer goede kwaliteit en heeft een lage capacitieve waarde. Het deel tussen de speler en de phonotrap is ongeveer een meter lang, wat een ideale lengte is voor MM elementen, die van een te hoge afsluitcapaciteit bijterig kunnen gaan klinken boven pakweg 12 kHz, waarna het hoog snel afvalt, waardoor je én scherpte krijgt, én weinig ‘lucht’ in de weergave. MC elementen hebben geen last van een wat hogere capaciteit. De kabel is dubbel geaard. Er is een draad voor de aarding van het element (met vorkje voor eenvoudige montage op het aardpunt van je versterker) en twee draadje (die samenkomen in één vorkje) waarmee je de afscherming van de kabel kunt aarden als dat nodig blijkt te zijn. Ook hier is weer niks aan het toeval overgelaten.

De stofkap

De buitengewoon stevige stofkap die Takumi meelevert (en die aan de achterzijde subtiel is voorzien van het merklogo) is in principe van zijn scharnieren af te tillen (je moet hem er bij het opbouwen van de speler immers ook zelf op zetten) maar dat gaat niet zo gemakkelijk als bij een Technics of een Rega. Ik heb mét en zonder geprobeerd, omdat ik wilde weten of de stofkap een negatief effect op de weergave had, maar dat bleek niet het geval te zijn dus ik heb ik hem teruggezet en verder gewoon met de kap open gespeeld. Hij blijft goed open staan, en laat zich gemakkelijk omhoog en omlaag bewegen, waarbij ik overigens wel aanraad om steeds twee handen te gebruiken.

Het element

Als je de speler voor de adviesprijs koopt zit er standaard een Audio-Technica AT-3600L element in, op zich een verrassend goed klinkend MM element dat al heel lang op de markt is en zich ruimschoots heeft bewezen. Het wordt netjes en volgens de correcte geometrie ingebouwd, dus je kunt meteen aan de slag, maar hoe leuk dit element als absoluut instapmodel ook presteert, de hele constructie van de Takumi TT Level 1.1 schreeuwt om een beter element. De toonarm van Rik is absoluut goed genoeg om een MC van rond de 1500 euro aan te kunnen, maar realistisch gezien is een honderd of vier al een hele leuke upgrade. Daarom was ik verheugd dat Rik in het demomodel van de platenspeler een ander element had ingebouwd. Ik herkende het pas toen ik de hele speler uit de doos had gehaald. Takumi heeft namelijk ook een interessante eigen lijn low output MC elementen, waarvan de felgroene en perfect afgewerkte Aka die in deze speler bleek te zitten het instapmodel is, met een buitengewoon mild prijskaartje. Als je dit element wil hebben in plaats van de Audio-Technica moet je dat van tevoren bij de dealer aangeven, dan krijg je het perfect ingebouwd in je nieuwe speler.

De Takumi elementen worden op specificatie van Rik bij SkyAnalog gemaakt, en dat betekent kwaliteit. De aluminium body is voorzien van getapte schroefgaten, en in de aluminium cantilever zit een ‘bonded’ diamant met een conische slijpvorm met een r/R = 5/20 µm profiel. Conisch is dus niet helemaal correct, je zou eerder kunnen zeggen ‘bijna elliptisch’, waardoor hij voldoende detail uit de groef oppikt en beter bestand is tegen slijtage. Volgens Rik hebben ze het element zo getuned dat de weergave lijkt op die van de beroemde Denon DL-103. Of dat zo is ga ik zometeen onthullen. Het element heeft een inwendige weerstand van 5 ohm en een uitgangsspanning van 0,3 mV. De compliantie bedraagt een keurige 16 µm/mN bij 10 Hz en dat past dus perfect bij de middelzware Takumi arm, maar ook bij heel veel andere moderne armen. De optimale afsluitweerstand ligt volgens Rik ergens tussen de 50 en 100 ohm, en een gain van 58-60dB is voldoende.

Luisteren naar de Takumi TT level 1.1

De Takumi 1.1 werd in twee systemen beluisterd. Eerst in mijn vertrouwde setup met de PrimaLuna EVO100 Tube Phono Preamplifier en de PrimaLuna EVO400 geïntegreerde versterker aan mijn Kharma prototype luidsprekers. De bekabeling was van AudioQuest en Duelund, de stroomverzorging van AudioQuest. In deze setup besloot ik het Aka element af te sluiten met een weerstand van 50 ohm, en dat pakte heel goed uit. Rik had niets teveel gezegd toen hij me toevertrouwde dat ze bij het tunen van de Aka de Denon DL-103 in gedachten hadden. Dat iconische element staat bekend om zijn soepele en ongecompliceerde weergave van muziek, en om zijn enorme ‘speelvreugde’. De Aka kwam daar inderdaad dicht bij in de buurt, maar ruilde een heel klein stukje van de legendarische vlotheid die de Denon kenmerkt in voor iets meer verfijning en detaillering.  Maar nog steeds met een lekker vanzelfsprekende en ongecompliceerde flow. De bedoeling was duidelijk niet om meer detail uit de groef te trekken, maar meer muziek en beleving.

Het schitterende album ‘Refuge’ van Devendra Banhart en Noah Georgeson heb ik op hip transparant ‘Blue Seaglass Wave’ vinyl. Ik hou daar eigenlijk niet van, geef mij maar zwart, maar het was destijds de enige versie die mijn vaste platenzaak kon leveren. De klank van het vinyl is geweldig, moet ik zeggen, maar er zijn een paar dingen mee mis. Er zitten een paar kleine tikjes in (die zich op blauw transparant vinyl weigeren te onthullen, zelfs niet onder een felle lamp), maar die vielen met het Aka element eigenlijk niet echt op. De weergave zweefde echter nogal. En dan bedoel ik niet de new-age achtige elektro-akoestische ambient van Banhart en Georgeson, die is fantastisch, ik heb het over de stabiliteit van lang aangehouden tonen. Mijn metingen met de RPM app op de iPhone hadden echter een uitstekende snelheidsstabiliteit laten zien (33,41rpm, niet perfect maar slechts 0,23% te snel) en een fraaie lage score op wow (+0,22% RMS, wat behoorlijk goed is), wat de dweilende klank van de lang aangehouden gitaarakkoorden niet kon verklaren.

Toen herinnerde ik me dat de eerste plaat van de 2LP set ‘off-center’ geperst is. Oftewel: het gat zit niet in het midden. En dan zie je, als je de plaat perfect centreert op het plateau, de hele arm met een lage frequentie wel 4 millimeter heen en weer wiegen. Hier bood de flexibele losse spindle van de 1.1 onverwacht een extra functie. Ik zette hem met de concentrische uitsparing naar beneden over de binnenspindel heen, zodat het gat van de plaat er niet op aansloot. Daardoor kon ik de plaat, al draaiende, met mijn duim zodanig in positie manoeuvreren dat de arm niet meer heen en weer ging, en de weergave weer strak werd. Dit leverde dus nóg een goede reden op om het plateau tussendoor stop te zetten voor het omdraaien van de plaat of voor het opzetten van een nieuwe, want wat bleek? Als het gat van de plaat ook maar een beetje strak is trek je de losse buitenspindle vrij gemakkelijk mee omhoog, van de binnenspindle af. En dan valt hij soms op het plateau, waarna hij mogelijk (je zult maar net de pech hebben…) de cantilever onder het element uit kan tikken als hij van het draaiende plateau af stuitert.

Als een vis in het water

Na een paar dagen moest mijn geïntegreerde PrimaLuna EVO400 de doos in, om plaats te maken voor een andere versterker die ik ter test in huis kreeg; de nieuwe NAD M33v2. Hier wilde ik aanvankelijk mijn PrimaLuna buizen-phono op aansluiten, maar de manual van de NAD beloofde mij een uitstekende MC phonotrap, met een vaste afsluitweerstand van 100 ohm. Dus verhuisde de dubbel geaarde kabel van de Takumi naar de NAD en die stelde absoluut niet teleur. De Aka voelde zich aan de 100 ohm belasting als een vis in het water, en met de instelbare pre-gain van +12dB (die vóór de uitstekende AD-converter van de M33v2 zit) was het signaal luid genoeg. De Takumi TT Level 1.1 gedroeg zich gedurende de recensieperiode voorbeeldig. De aan/uit/snelheidsbediening met het pookje linksachter, waar ik bij de 2.1DC even aan had moeten wennen, voelde nu gewoon trefzeker aan. En de armlift, die ik bij de 2,1 een klein beetje dicht bij het lagerhuis vond staan, leverde ook geen dikke-vingers-frustratie meer op. Het is gewoon een prettige speler om te bedienen, en die niet door allerlei ingewikkelde verplichte handelingen afleidt van de muziek. De Delrin demper/puck heb ik vrij uitgebreid beluisterd, en hoewel het effect subtiel is hoor ik inderdaad iets meer rust in de weergave als hij op het label van de plaat meedraait.

Een album dat daar goed van profiteerde was ‘Blue’ van Terje Rypdal & The Chasers. Dit prachtige album op het illustere ECM label klinkt heel neutraal, soms misschien een tikje té neutraal naar mijn smaak, en de zeer lichte nervositeit in de klank verdween met de Takumi puck grotendeels uit de weergave. De enorme dynamiek van het nummer ‘Kompet Går’ knalde echt uit de luidsprekers, de kenmerkende ‘fjordengalm’ die ECM in die tijd veel gebruikte liet een breed en diep beeld horen, dat volledig loskwam van de luidsprekers. Ik zat met enig ongeloof en hoofdschuddend te luisteren, me realiserend dat hier een analoge combinatie van amper 1700 euro stond te draaien. Geen wisselgeld, maar toch een alleszins bereikbaar bedrag.

Tech specs
Wat: Platenspeler met riemaandrijving
Cartridge: Aka MC-cartridge
Toonarm: 9 inch Takumi titanium-toonarm
Afmetingen: 43 × 32,7 × 15,2 cm
Gewicht: 8 kg

Conclusie

Takumi is al een tijd aan de weg aan het timmeren, en de evolutie van de spelers is voorbeeldig. Als je ziet wat je allemaal krijgt voor de prijs is de Takumi TT Level 1.1 eigenlijk een koopje. Een volledig instelbare eigen toonarm met een titanium armbuis, een massief aluminium subplateau met een keramische as, een robuuste en stille DC motor en heel veel aandacht voor het onderdrukken van ongewenste resonanties, zónder dat dat ten koste gaat van de ‘muzikaliteit’ van de speler. Ja, ik weet het, dat woord mag ik eigenlijk niet gebruiken, maar als ik elke dag tot in de kleine uurtjes plaat na plaat blijf draaien gaat er echt iets goed. Een gemakkelijk te bedienen platenspeler met een lekker element, met heel veel ruimte voor muziekgenot… De conclusie is duidelijk, de Takumi TT Level 1.1 is opnieuw een Nederlandse platenspeler van topkwaliteit.

Takumi TT Level 1.1 € 1.295,-
Takumi Aka low output MC element € 395,-
www.playtakumi.com

10
Takumi TT Level 1.1_2
FWD award

Beoordeling
Takumi TT Level 1.1

Pluspunten • Fraaie speler met veel aandacht voor resonantie-onderdrukking • Geweldige toonarm met titanium armbuis • Lager-as van keramiek • Stabiele weergave, met voldoende ruimtelijkheid en dynamiek • Goede gelijkloop, zeer goede WOW-meting • Innovatieve ‘aanpasbare’ spindle • Uitstekende, goed afgeschermde kabel • Stofkap inbegrepen • Wordt speelklaar met prima instap-element geleverd • Het Aka MC element biedt meer muziekplezier voor een zacht prijsje
Minpunten • De stofkap laat zich niet eenvoudig verwijderen, voor wie per se zonder wil spelen • De losse spindle kan meekomen met de plaat en dan op het plateau vallen • Het snoer aan de muurtrafo is aan de korte kant

Beoordeling Takumi TT Level 1.1

Takumi is al een tijd aan de weg aan het timmeren, en de evolutie van de spelers is voorbeeldig. Als je ziet wat je allemaal krijgt voor de prijs is de Takumi TT Level 1.1 eigenlijk een koopje. Een volledig instelbare eigen toonarm met een titanium armbuis, een massief aluminium subplateau met een keramische as, een robuuste en stille DC motor en heel veel aandacht voor het onderdrukken van ongewenste resonanties, zónder dat dat ten koste gaat van de ‘muzikaliteit’ van de speler. Ja, ik weet het, dat woord mag ik eigenlijk niet gebruiken, maar als ik elke dag tot in de kleine uurtjes plaat na plaat blijf draaien gaat er echt iets goed. Een gemakkelijk te bedienen platenspeler met een lekker element, met heel veel ruimte voor muziekgenot... De conclusie is duidelijk, de Takumi TT Level 1.1 is opnieuw een Nederlandse platenspeler van topkwaliteit.

Reacties (0)