De interviews met musici, bands en ensembles vormen een serie. Een zoektocht naar het innerlijk van de musicus. Waarom en hoe zijn deze artiesten met muziek bezig? Wat beweegt ze? Hoe is het leven als artiest? Hoe krijg je bekendheid? Kun je daarvan bestaan? Hoe ga je om met het publiek? Waar komt die diepe liefde voor muziek vandaan? In deel 20 maken we kennis met pianiste Katie Yao Morgan.
Foto rechts: © janice warner
Katie Yao Morgan is jong, spontaan, enthousiast, intelligent, heeft een brede interesse en opmerkelijke inzichten. Ze is in staat om je diep na te laten denken over hoe zij haar vak ziet en oppakt. Haar CV is absoluut indrukwekkend. We maakten kennis nadat ondergetekende de uitnodiging kreeg om haar pianorecital op te nemen. Dat was een bijzondere ervaring. Vanwege Katie, vanwege de muziek (ze componeert ook zelf) en omdat er werd gespeeld op een bijzondere piano. Een deels in Nederland ontwikkeld uniek instrument met de power en klank van een grote vleugel. Die is demontabel en past in een stationwagen of SUV. De breedte van de toetsen is smaller en daarom geweldig voor spelers met smallere handen. Een pianist zou zo’n instrument mee kunnen nemen op een wereldtournee en heeft altijd een passend instrument ter beschikking dat ook niet gestemd hoeft te worden. Katie speelt daarop op een betoverende manier.
Katie, je startte met de piano toen je 4 jaar jong was. Hoe ging dat?
“Mijn eerste piano thuis was een heel oude upright piano. Mijn oma van mijn vaders kant liet die na en dat gebeurde al voordat ik geboren was. Het was een van de erfstukken die in ons huis kwamen. Mijn moeder wist dat ik geen ontbijt wilde voordat ik op de piano had gespeeld. Dat werd een soort ritueel. Mijn eerste pianoles kreeg ik op vierjarige leeftijd en dat was bij een lokale leraar. Het maakte mij erg enthousiast en ik kreeg een beginnersboek. Je leert noten lezen en hoe je de toetsen aan moet slaan. Ik nam het boek mee naar huis en leerde het hele boek. De volgende les had ik het boek uit en mijn leraar merkte op dat ik naar een volgende leraar zou moeten. Mijn ouders hadden geen muzikale achtergrond. Ze leefden wel enorm met mij mee en daardoor begonnen ze om naar klassieke muziek te luisteren. Dat was voor mijn hele familie een introductie.”
Was dat allemaal in China?
“Ik werd geboren in Engeland, dus daar speelde zich dat af. Toen ik vijf jaar was nam mijn moeder me mee naar China en daar bleef ik twee jaar want ze wilde dat ik Chinees zou leren. In China had ik ook pianolessen maar niet heel frequent. Terug in Engeland kreeg ik mijn tweede piano van mijn Chinese grootouders. Die heb ik nog steeds en het is een heel mooie Yamaha. Nieuw vervoerd uit Japan in een burgundy kleur.”
Welke invloed heeft je Engelse en Chinese afkomst op je muzikale ontwikkeling?
“Mijn Chinese afkomst had invloed op hoe ik oefende toen ik jonger was. Mijn moeder hielp mij om een vorm van discipline te ontwikkelen, hetgeen voor iemand van vier jaar best moeilijk is. Ik geef zelf les aan jonge kinderen en het is moeilijk en ook normaal om die discipline te verwerven. Ik kreeg elke dag twintig minuten om te spelen en daarna mocht ik doen wat ik wilde. Later werd die speeltijd langer. Nu weet ik welke delen ik moet oefenen en voor hoe lang. Tijdens mijn westerse tijd ging ik op mijn tiende naar een muziekschool en bleef daar acht jaar. De basisschool en het hoger onderwijs was daar een en dezelfde school en erg westers. Gericht op je individuele karakter en stijl. Het gaat om wat je zelf wilt brengen met je muziek en wat je zelf voelt bij een stuk muziek.”
Waaraan kan ik jouw stijl herkennen?
“Ik ben redelijk impulsief en spontaan dus als ik speel kan ik soms iets gaan overdrijven. Wel in het moment, als ik me geïnspireerd voel. In een pauze kan ik dan iets langer de tijd nemen omdat ik van het moment geniet, of in een passage waar ik dan een extra rubato neem, het leuk is en een noot extra accentueer. Als ik speel ben ik, denk ik, impulsief en spontaan. Soms is het teveel en dan moet ik even afkoelen.”

Je studeerde aan de Yehudi Menuhin school en aan het conservatorium. Welke verschillen zijn er?
“Mijn basis bestond uit de algemene academische vakken zoals wiskunde en science. Bij de Menuhin school, waar ik vanaf mijn tiende tot negentiende verbleef, was het een halve dag academische vakken en de andere helft muziek. Het waren lange dagen en er waren ook vaste items ingepland. Ontbijt altijd om zeven uur en de hele school had een praktijksessie van acht tot tien uur. Het was een heel gestructureerd leven. Zelfs tijdens de praktijksessies was er een structuur. In de avond was er vrije tijd. Je deed dan je huiswerk, rustte uit of deed extra praktijk. Het paste wel bij mijn gevoel voor discipline. Wat ik ook fijn en inspirerend vond is dat de school een hele kleine gemeenschap vormt, dus je kent iedereen. Je speelde ook vaak samen met de andere musici. Het mindere was dat je altijd omringd was met je peers. Er waren concerten, je moest je daarvoor gepast kleden en de rest van de school keek toe. Het was natuurlijk geweldig om zoveel mogelijkheden te hebben om uitvoeringen te geven, maar om dat steeds voor je peers te doen is ook een beetje angstaanjagend. Het had dus voordelen en nadelen, maar ik heb daar echt genoten. Vervolgens naar het conservatorium en ik was echt geschokt door hoe vrij mijn leven werd. Op de Menuhin school waren er drie pianolessen per week en op het conservatorium maar een uur. Voor mij een dramatische reductie. Je moest dus zelf goed plannen. Het conservatorium is ook heel groot. Het Menuhin was alleen voor piano en strijkinstrumenten. Ik had dus nooit interactie met houtblazers, koperblazers en percussie. De interactie met zo’n orkest kwam ook als een grote schok. Op het Menuhin was ik ook present, maar op het conservatorium voel je je een naald in een hooiberg. Toch heb ik daar ook genoten en ik denk dat mijn individuele manier van werken daar vandaan komt. Er was meer vrije tijd en meer tijd om na te denken over wat ik zou willen bereiken. Je was daar dus relatief alleen en je kon kiezen met wie je wilde spelen en wanneer je wilde spelen. Het kostte mij, vooral in het eerste jaar, enige tijd om daaraan te wennen.”
Speel je ook een tweede instrument?
“Viool. Op de Menuhin school werd iedereen geacht een tweede instrument te spelen. Veel pianisten kiezen dan harpsichord of orgel. Eigenlijk begon ik al met de viool voordat ik op het Menuhin kwam. In China raakte ik al geobsedeerd door de viool en ik vroeg mijn moeder of ik er een mocht hebben. Ik moest beloven dat ik er op zou gaan spelen, het vol zou houden en het niet op zou geven. De eerste keer dat ik speelde beschadigde ik mijn vingers, want de snaren zijn erg scherp. Ook mijn nek had er last van en je moet steeds staan. Dus wilde ik het opgeven, maar mijn moeder hield me aan mijn belofte. Ik haalde alle grades, kreeg ook lessen op het conservatorium in Amsterdam en mocht in orkesten spelen. Dat was een heel nieuwe ervaring. Momenteel speel ik niet heel vaak op de viool, maar het helpt mij om fraseringen aan te brengen als ik piano speel. Als ik kamermuziek speel, helpt het om op een goede manier aanwijzingen over te brengen naar iemand die viool speelt of andere strijkinstrumenten. Zodat ik ze geen onmogelijke suggesties geef.”
Je studeerde ook psychologie. Welke connectie heeft dat met je muzikale loopbaan?
“Toen ik naar een muziekschool ging was ik erg jong. Mijn ouders kenden zo’n school niet en kozen daarvoor na advies vanuit de omgeving. Je krijgt dan een combinatie van ‘gewone’ schoolvakken en muziekonderwijs. Rond mijn vijftiende dacht ik dat het zinvol zou zijn om ook iets anders te gaan studeren. Piano was mijn ding en dat zou ik dus de rest van mijn leven gaan doen. Toch was het ook aantrekkelijk om bezig te gaan met academische vakken. Ik had ook wat minder zelfvertrouwen en een muzikale loopbaan is erg zwaar. Wilde ik wel naar het conservatorium? Als pianist ben je een solist, je hebt een trio of je wordt leraar. Je bent niet een onderdeel van een orkest. Ik ben een perfectionist, dus zou ik wel goed zijn als solist? Mijn vader hield van detective-shows, dus ik groeide op met crime-series. Het zou dus erg cool zijn om psychologie te gaan studeren. Toen ik naar Amsterdam kwam en me inschreef op het conservatorium was dat voor de hand liggend, want mijn leraar op het Menuhin was Nederlands. Ik kwam ook al vaak naar Amsterdam tijdens mijn vakanties. Daarnaast keek ik ook naar de studie psychologie aan universiteiten. Als ik in Amsterdam ben, zou ik dus beide studies kunnen doen. Ik schreef me eerst in voor de universiteit. Je volgt dan gedurende een week de colleges en dan doe je een test. Ik was in Engeland, dus ik volgde de lessen online en deed ook de test online. Je wordt dan met camera’s gevolgd. Die hadden een storing en ik werd afgewezen omdat ze dachten dat ik fraudeerde. Ik was kwaad en bezocht de universiteit persoonlijk. Ik maakte documenten met bewijsmateriaal, maar ondertussen begon ik aan het conservatorium. Terwijl ik op het vliegveld stond, op weg naar Amsterdam, kreeg ik een email dat mijn bezwaar was geaccepteerd. Het was wel laat dag, dus ik stelde mijn studie aan de universiteit een jaar uit. Na een jaar, om een of andere reden, weigerde ik om te starten. Uiteindelijk begon ik het jaar daarop. Een heel interessante studie, want in Azië is psychologie een soort taboe. De mensen daar zijn gefocussed op de gemeenschap en wat je ook doet, je representeert altijd je familie. Als je iets slechts doet, verlies je het gezicht van je familie. Als je met psychologie bezig gaat neemt men automatisch aan dat je familie-achtergrond niet goed is. Psychologie is interessant omdat je feitelijk jezelf analyseert en hoe mensen met anderen communiceren en zich gedragen. Tegelijkertijd rondde ik ook mijn masters in forensische wetenschappen af in London.”

Ongelooflijk, je studeerde ook nog crime en forensische wetenschappen?
(Gelach) “Ik wilde mijn ambitie houden om detective te worden. Het was voor mij de beste manier om me te verdiepen in forensics en ik had een geweldig jaar in London. Het gaf me ook even rust met betrekking tot muziek en na dat jaar was ik in staat om weer verder te gaan in de muziek. Het was goed om me te verdiepen in een onderwerp waar ik ook belangstelling voor heb, maar nu ben ik weer volop terug in de muziek en volg een pad dat kennelijk voor mij is weggelegd.”
Veel pianisten hebben een soort ritueel voordat ze beginnen met spelen. Tijdens onze opnamesessies ging jij gewoon zitten en begon meteen met spelen. Hoe bereid jij je voor op een concert?
“Veel voorbereiding vindt plaats als ik backstage ben. Dan concentreer ik me op ademhalen, want soms is mijn hartslag erg snel. Toen ik jonger was associeerde ik dat met nervositeit, maar mijn literatuur over psychologie leerde dat het gevoel van nervositeit en de ervaring van opwinding heel dicht bij elkaar liggen. Als je opgewonden bent over iets, neemt je hartslag ook toe. Als mijn hartslag nu toeneemt denk ik dat ik het gewoon heel fijn vind om te mogen spelen. Dat is een andere mindset dan het gevoel dat je perfect moet spelen en iedereen je gaat beoordelen. De gedachte is dat mensen de moeite nemen en komen voor de muziek en ik wil met ze delen hoe ik die muziek zie en ben blij om te mogen spelen. Als ik het podium betreed, dan is het met dat gevoel. Daarom vind ik het ook fijn om de muziek te introduceren. Je communiceert dan met het publiek en je kunt zien hoe ze reageren. Dat is mijn moment dat een enorme energie geeft en dan ga ik zitten en ben klaar om te spelen.”
Je voelt je niet eenzaam op het podium als je met een groot orkest speelt?
“Ik ken vaak leden van het orkest en er is vaak een vertrouwensband met de dirigent. Het voelt dan alsof je een familie bent. Eenzaam voel je je alleen tijdens competities en solo-recitals waar je geen interactie hebt met je publiek. Tijdens het laatste soloconcert was er wel interactie en kon ik de muziek introduceren. Dan is het prima.”
Tijdens je master onderzocht je de positie van vrouwen als pianist. Wat zijn daarvan de bevindingen?
“De vraag was of de piano een discriminerend instrument is. In eerste instantie hoe de piano mensen met smallere handen discrimineert. Dat leidde tot een onderzoek hoe de piano ontstond in de huidige vorm. Vervolgens ontdekte ik enkele trends in de richting van vrouwen. In eerste instantie was de piano een instrument voor vrouwen. Het instrument was ontworpen om een soort ornament te hebben in huis. Sommige piano’s hadden ook de dubbelfunctie als handwerktafel of kledingtafel en diende dus als werkruimte voor vrouwen. De piano stond in de salon, er kwam bezoek en vrouwen speelden daarop als zijnde achtergrondmuziek. De zithouding maakte ook dat de persoon achter de piano er vrouwelijk (ladylike) uit zag. De piano maakte deel uit van hoe vrouwen werden opgeleid. Op de piano spelen was een deel van hun educatie, samen met literatuurstudie. Piano’s werden vervolgens groter, er kwam een metalen frame en dikkere snaren. Componisten begonnen vervolgens meer virtuoze muziek te schrijven. Daarmee werd het een instrument voor mannen, want men dacht dat vrouwen niet van die virtuoze stukken konden spelen. Het vergde veel emotie en kracht. Spelen en componeren veronderstelde ook het hebben van logica, waarvan werd gedacht dat vrouwen die niet hadden. Er waren dus nauwelijks vrouwelijke componisten. Voornamelijk mannen componeerden dus muziek voor andere mannen. Het Parijse conservatorium maakte een verschil tussen mannen en vrouwen. Het waren gescheiden klassen met gescheiden repertoire. Kritieken in die tijd op uitvoeringen hadden een toon van …ze speelt goed, gezien het feit dat ze een vrouw is…, beter voor Bach en Mozart, maar voor Beethoven mist ze de power. De breedte van de pianotoetsen stond vast, aangepast aan de grotere mannelijke hand. In de tijd van Bach en Mozart had je wel harpsichords en fortepiano’s met smallere toetsen.”
De statistiek bevestigt jouw ontdekkingen?
“Als je kijkt naar de pianocompetities, dan gaat het altijd om een bepaald repertoire. Werken die grotere handen vragen. De ratio tussen mannen en vrouwen bij de prijswinnaars geeft aan dat 80% mannelijk is. Als je vervolgens kijkt naar de Bach-competities, dan komen de vrouwen naar voren. Er is dan sprake van fifty-fifty. De afmetingen van de hand zijn een belangrijke factor. Op het podium is het ook een bron van zorg. Kan ik mijn vingers voldoende strekken en een akkoord precies op tijd spelen? Soms moet je noten overslaan, omdat je die niet kan bereiken of die noten dan met je andere hand spelen. Er is volgens mij een correlatie tussen hoe je speelt en wat het publiek denkt. Als ik een stuk speel dat voor grotere handen is bedoeld, dan kan ik niet al die akkoorden spelen en heb veel kracht nodig. Dat ziet er ook esthetisch minder goed uit en daar krijg je dan soms opmerkingen over. Misschien heeft het ook invloed op de toon.”
Er zijn enorm veel super getalenteerde pianisten en violisten. Volgens zeggen worden die vaak gekozen door een dirigent. Hoe bouw je een loopbaan op?
“Waar ik speelde met een orkest was tijdens competities, bij de Menuhin school en op recommandatie van een vriend voor Ravel. Zelf heb ik dus niet de ervaring om te worden uitgekozen. Mijn advies zou zijn en dat is best een lastige, om niet te gaan voor de top-top. Het is niet mijn doel om met de grote orkesten te spelen op de beroemde locaties. Mijn doel is om simpelweg te spelen. Connecties zijn het meest belangrijk. Heel soms speel ik in een bejaardentehuis en dat is geweldig. Je kunt een programma maken rondom een bepaalde componist en dan spelen in theaters. Ik heb nog steeds twee of drie concerten elke maand, heb een pianoduo, of speel met een zanger. Dat voelt nog steeds voldaan omdat je speelt in het moment en dan niet denkt over een groot orkest of een beroemde locatie. De stukken zijn hetzelfde en mensen genieten ervan, ook als het in een klein theater of café is.”
Je houdt ook van coaching en lesgeven.
“Sommige musici denken dat als ze niet in de toplocaties spelen ze dan falen. Dat is volgens mij niet het punt. Als je zo denkt mis je waarom je speelt. Als je les geeft aan kleine kinderen dan geeft dat voldoening omdat je ze blootstelt aan iets dat misschien niet aanwezig is in hun familie of op school. Het is mooi om te zien hoe ze zich ontwikkelen en waar ze met hun muziek komen.”
Als je de kans krijgt om Rach2 te spelen?
(Gelach) “Uiteraard en dat zal ik absoluut accepteren. Ik ga me niet in die positie manoeuvreren, maar als het komt dan komt het. Kan het in ieder geval thuis spelen.” Ruud: “Anders kun je natuurlijk nog detective worden.”
Tekst en fotografie: Ruud Jonker

Reacties (0)