De interviews met musici, bands en ensembles vormen een serie. Een zoektocht naar het innerlijk van de musicus. Waarom en hoe zijn deze artiesten met muziek bezig? Wat beweegt ze? Hoe is het leven als artiest? Hoe krijg je bekendheid? Kun je daarvan bestaan? Hoe ga je om met het publiek? Waar komt die diepe liefde voor muziek vandaan? In deel 19 maken we kennis met Lucie Horsch, Nederlands bekendste blokfluitiste.
Al enige tijd heeft uw auteur Lucie Horsch in het vizier. Dat komt omdat de blokfluit zich niet direct in de mainstream bevindt van concertinstrumenten en er, in vergelijking met violisten en pianisten, veel minder beoefenaren zijn. Er werd een beetje naar gekeken als starter voor het muziekonderwijs in groep 4. Als je al niet van chagrijn was afgehaakt en wel gevoel had voor muziek, dan schakelde je snel over naar een ‘serieus’ instrument. In de beleving van uw auteur laat Lucie niet alleen op een virtuoze manier horen wat er mogelijk is met dit instrument, maar ze heeft de blokfluit ook een serieuze podiumstatus gegeven. Lucie kwam weer in beeld tijdens de uitreiking van de Edisons. Geen mogelijkheid om haar daar even te spreken, dus na thuiskomst meteen contact gezocht. Hier weer de nieuwsgierigheid naar hoe iemand zo bevlogen kan zijn van een instrument en welke persoon daarachter schuil gaat. Derhalve een intensief en open gesprek met deze fluitiste die heel doordachte keuzes maakt, een enorme drive en motivatie heeft en overal diep over nadenkt. Het geeft een enorm inzicht in de wereld van de blokfluit.
Lucie, de Edison kwam waarschijnlijk niet als een totale verrassing?
“Ik wist het al langer. Ook de andere winnaars wisten het waarschijnlijk al voordat de uitreiking plaatsvond. Je weet eerst dat je genomineerd bent. Bij de publieksprijs worden er tien mensen genomineerd, dus dat is meer dan in de andere categorieën. De tien albums die worden genomineerd zijn degenen met de hoogste verkoopcijfers (fysiek en streaming) in Nederland.
In die zin weet je nooit wat het wordt. Mensen moeten gewoon op je stemmen, je hebt daar zelf weinig invloed op. Wat mij heeft verrast, is dat mensen op dit specifieke project (‘The Frans Brüggen Project’) hebben gestemd. Ik wilde dit album maken als eerbetoon aan de geschiedenis van de blokfluit en ik had niet verwacht dat het iets zou zijn dat mensen op de zondagochtend even op zouden zetten. Dus ik ben blij verrast met deze Edison.”
Je studeerde ook piano en zang.
“De zangmaster bij Xenia Meijer en een master fortepiano bij Olga Pashchenko. Mijn bachelor daaraan voorafgaand was gewoon klassiek piano bij Jan Wijn. De belangstelling voor oude toetsinstrumenten kwam eigenlijk doordat ik een bijvak bij Olga volgde. Het was coronatijd en heel veel werd afgezegd, waardoor er tijd vrij kwam om me meer met de fortepiano bezig te houden. Olga’s lessen vond ik heel inspirerend. Door de historische toetseninstrumenten zou mijn pianospel er ook op vooruit gaan, omdat ik dankzij deze studie een groter bewustzijn heb gekregen van de geschiedenis.”
Je drijft nu vooral boven vanuit je prestaties met de blokfluit.
“Dat is ook mijn eerste keuze waar ik al mee bezig ben vanaf mijn vijfde jaar. Op achtjarige leeftijd speelde ik mijn eerste concerten. Mensen kennen mij als zodanig en ik werd het ‘blokfluitmeisje’. Dat is ook een voordeel want het gaf veel kansen om op te kunnen treden. Zonder die kansen had ik niet zoveel podiumervaring op kunnen doen en deze ervaring is van essentieel belang geweest voor mijn verdere carrière.
Wil je echt verder met piano en zang en daarmee bereiken wat je nu met de blokfluit hebt?
Ik houd erg van de afwisseling. Omdat de blokfluit zich in de periferie bevindt van de klassieke muziekscene moet je al vroeg in je leven keuzes maken. Nieuwe muziek, nieuwe arrangementen, je moet jezelf uitdagen en de luisteraar uitdagen. De blokfluit heeft mij in staat gesteld om me daar al vanaf een heel jonge leeftijd bewust van te zijn. Bijvoorbeeld dat aspect van vernieuwing en dat zoiets bij een viool of piano veel langer duurt voordat je daaraan toekomt. Het repertoire voor die instrumenten is zo enorm en wie ben jij in vergelijking met die hele geschiedenis? Om je daarin te vinden is een heel proces. Voor de buitenwereld lijkt het misschien of zang en piano op een lager pitje staan maar dat betekent niet dat deze instrumenten voor mij niet net zo belangrijk zijn als de blokfluit. Je gaat ergens voor. Je moet de instelling hebben om ergens tweehonderd procent voor te gaan en dan kom je ergens uit. Als musicus moet je hard zijn, maar het is een hardheid die voortkomt uit passie en liefde voor de muziek en je instrument. Als dat er een klein beetje aan ontbreekt dan maak je je leven eigenlijk makkelijker door niet op een podium te staan.”
Is het logisch om met een blokfluit te beginnen en dan verder te gaan met een dwarsfluit of is dat eigenlijk maar een vreemd idee?
“Er zijn veel blokfluitisten die dat hebben gedaan maar dat is ook vaak omdat de buitenwereld dat aanmoedigt. Ouders en docenten melden dan dat je misschien meer kans hebt als je van instrument wisselt. Het sluit aan bij de vooroordelen die er nog steeds bestaan ten opzichte van de blokfluit. Dat het instrument minderwaardig zou zijn of alleen een goede basis is voor iets anders. Ik heb het geluk gehad om veel kansen te krijgen en ik had geweldige docenten. Daardoor heb ik de blokfluit nooit gezien als beperkt kader. Ik heb me daar volledig in kunnen uitleven. Verschillende typen fluiten, de variëteit in het repertoire, de samenwerking met componisten, nieuwe muziek, kamermuziek en het samenspelen met geweldige mensen hetgeen nieuwe impulsen geeft. Ik heb er oprecht nooit over nagedacht dat het overstappen naar een dwarsfluit een reële optie zou zijn. Ook omdat het voelt als verraad ten aanzien van wat die blokfluit is. De blokfluit en de dwarsfluit staan door hun verwantschap juist lijnrecht tegenover elkaar, in ieder geval voor mij. Er zijn ook musici die het allebei doen, maar voor mij geldt dat ik gewoon meer van die blokfluit houd.”
Heb je nou een heel bewuste strategie gevolgd om te komen waar je nu bent?
“De realiteit bestaat uit een combinatie van alles. Geluk, hard werken en talent. Talent is vaak het eerste wat mensen noemen, maar dit zou eigenlijk het laatste moeten zijn. Talent is voor mij een combinatie van persoonlijkheid en karaktereigenschappen die je meer of minder geschikt maken voor het ontwikkelen van bepaalde skills. Zolang je niets doet met die natuurlijke aanleg heb je daar niets aan. Uiteindelijk gaat het voor negentig procent of je flexibel bent en een doorzetter bent. Gewoon doorgaan en niet opgeven is uiteindelijk de belangrijkste factor die tot succes leidt. Dat is mijn enige advies aan musici. Je moet wel weten of je het erg leuk vindt want je kunt het niet op pure wilskracht doen. Je kunt niet elke dag hard werken voor iets waar je niet volledig achter staat. Er mag best twijfel zijn maar er moet urgentie zijn in de zin van dat je je verbonden voelt met die muziek en je je alleen kunt uiten door het bezig zijn daarmee.”
Photo: Marco Borggreve
Jij laat de blokfluiten speciaal bouwen?
“Er is een Japanse bouwer met wie ik de langste samenwerking heb. Hij bouwde de eerste fluit voor mij toen ik veertien was. Af en toe bestel ik fluiten bij hem, maar het beste is om ze eerst uit te proberen. Bouwers zijn ook mensen. Het label op een fluit is niet zaligmakend.” Ruud: “Jij hebt op historische en zeer kwetsbare fluiten gespeeld en op moderne instrumenten. Zijn daar nou echt grote klankmatige verschillen?” Lucie: “Ja, dat is bizar, want het zijn kopieën van die modellen en bij een identieke kopie kan de klank al enorm verschillend zijn. Het is denk ik een combinatie van de tand des tijds want die instrumenten veranderen en zijn niet meer precies hetzelfde als driehonderd jaar geleden toen ze gebouwd werden. Er is, geloof ik, ook een aspect dat te maken heeft met het ambacht. Dat is een gevoelig punt voor bouwers die nu leven en iets moois willen maken. In die vroegere tijd ging het vak vaak van vader naar zoon. Er waren werkplaatsen met veel bouwers en bouwers die op verschillende plekken werkten. Er was dus onderlinge beïnvloeding waardoor de kwaliteit steeds hoger werd. Ze moesten zich ook onderscheiden en in de markt blijven om te kunnen overleven. Ze zaten dichter bij elkaar dan nu. Er zijn nu weliswaar nog steeds veel blokfluitbouwers over de hele wereld verspreid, maar wanneer ze iets goeds hebben bedacht houden ze dat vaak voor zichzelf. Begrijpelijk maar dat is problematisch voor het niveau van bouwen in het algemeen. Ik denk dat zowel een blokfluit bouwen als er echt goed op kunnen spelen zo’n twintig jaar ervaring vraagt. Na tien jaar heb je het een beetje door. Het is gewoon een heel lang proces om het echt te snappen. Het is zo mooi aan de blokfluit dat het ambacht er echt in zit. Een blokfluit is voor het grootste gedeelte met de hand gemaakt. Binnenin de buis zitten kleine verhogingen en die moeten gesynchroniseerd zijn met de positie van de gaten zodat de intonatie precies goed is. Het is niet zomaar een cilinder, het is conisch en daarbinnen fluctueert dat ook nog licht. Veel bouwers ontwikkelen ook nieuwe modellen en willen daarmee de blokfluit verbeteren. Met kleppen en andere technieken worden daarmee problemen van spelers opgelost. Ik denk dat je als bouwer moet beginnen met het kijken naar het verleden en wat je daarvan kunt leren. ‘The Frans Brüggen Project’ heeft bij mij veel respect opgeleverd voor die bouwers uit de zeventiende en achttiende eeuw. Er is iets magisch aan die tijd dat van een enorm hoog niveau was. Als speler moet je wel enorm je best doen om dat er uit te halen. Mijn idee is dat er met moderne instrumenten teveel rekening wordt gehouden met de speler. Ze willen het de speler makkelijk maken. Historische instrumenten zijn enorm moeilijk om te bespelen, maar je moet die intrinsieke motivatie hebben om het instrument te verleiden tot mooi klinken. Je moet je ego uitschakelen en uitgaan van wat het instrument wil. Tegenwoordig willen we onze wil opleggen aan het instrument. Wat kan ik met het instrument? Het mooie is dat de blokfluit haar wil oplegt aan de speler. Veel leuker dan een fluit die gewoon alles voor je doet.”
Ben jij een verzamelaar van fluiten?
“Daar heb ik het geld niet voor. Wat ik heb moet ik uitgeven aan fluiten die ik kan bespelen. Ik ben uiteindelijk een uitvoerder en ga niet te werk als een museumconservator. Veel van de historische fluiten hebben een afwijkende stemming en zouden dus voor concerten moeilijk te gebruiken zijn. Het idee van het ‘Frans Brüggen Project’ was dan ook om toch te kunnen spelen op die historische fluiten en de klank daarvan vast te leggen.”
De essentie van muziek is communicatie. Dat zijn jouw woorden, maar hoe realiseer je dat in de praktijk?
“Communicatie heeft altijd te maken met je eigen stem laten horen en ook luisteren. Die moeten in balans zijn. Als je alleen maar luistert dan is er geen communicatie. Je moet iets doen waarop gereageerd wordt. Als ik kamermuziek speel moet er een soort gelijkwaardigheid zijn gebaseerd op diversiteit. Iedereen (van zo’n ensemble) brengt eigen dingen mee, maar als je je openstelt voor de anderen kan er een dynamiek ontstaan, zoals in een gesprek. Dat is voor mij de essentie van goed muziek maken. De magie van muziek speelt zich af binnen de lijntjes tussen de performer en het publiek, tussen de uitvoerder en de akoestiek en de dirigent. Moeilijk te omschrijven, maar je kunt dat wel voelen.”
Jij wordt waarschijnlijk nauwelijks herkend. Je bent het Amsterdamse meisje dat zomaar naast je in de tram kan zitten of dat je pad kruist in de Bijenkorf.
“Nadat ik als kind bij het Klokhuis ben geweest werd ik in de Efteling herkend door een meisje en haar moeder. Laatst werd ik voor het eerst herkend in een bruin café door iemand van mijn eigen leeftijd. Ik stond met een groep vriendinnen op een terras aan de Utrechtsestraat en toen vroeg een jongen of hij met mij op de foto mocht. Hij vertelde dat hij mij had gezien bij het Prinsengrachtconcert en dat hij al heel lang fan is. Ik reageerde met dat hij van mijn leeftijd is en of hij dan van klassieke muziek houdt. Hij gaf aan een voetballer te zijn, dus dat heb ik niet echt gezien als mijn doelgroep. Onlangs ontmoette ik wel Louis van Gaal tijdens de afterparty van het Prinsengrachtconcert. Hij was onder de indruk van het concert en ik ben met hem op de foto gegaan. Dat was heel leuk. Uiteindelijk is het leuk als die muziek niet zo’n niche blijft waar alleen het traditionele publiek op af komt.” Ruud: “Volgens mij vind jij het ook niet leuk als je massaal zou worden herkend.” Lucie, lachend: “Klopt, waarschijnlijk zou ik dan van loopbaan wisselen…”
Je staat enorm open voor andere muziekstijlen. Laatste speelde je het waanzinnige Tico Tico samen met Fuse. Wil je dat nog uitbreiden naar meer jazz of naar electronics?
“Heel graag. Met die jazz wil ik nog meer doen. Ik heb wel al wat improvisatielessen gevolgd. Een docent aan het conservatorium in Rome is een fan van mij en bood aan om me les te geven. We zijn via Zoom ongeveer tien keer bij elkaar gekomen en ik kreeg huiswerk over toonladders en akkoordenschema’s. Iets kan pas echt van hoge kwaliteit zijn als je een groter bewustzijn hebt. Ik noem mezelf dan ook geen jazzmusicus. Ik ben klassiek geschoold maar heel erg gefascineerd door de jazz en wil me daar zeker verder in verdiepen.”
Het is wel heel bijzonder om op een blokfluit jazz te spelen. Ken even geen voorbeeld.
“Ik weet er eentje en dat is Friedrich Gulda. Hij was ook blokfluitist.” Ruud: “Als klassiek pianist heeft hij een paar waanzinnige jazzplaten gemaakt.” Lucie: “Zijn zoon heeft mij een video gestuurd waar zijn vader op blokfluit Night in Tunisia improviseert met een jazzband. Ongelofelijk goed klinkt dat!
Ben je een hifi-persoon en luister je thuis naar allerlei muziek?
“Jawel, veel meer dan de rest van het gezin want die zijn vooral in de klassieke muziek. Als ik Sky Radio aanzet ben ik wel een beetje een snob. Electronic pop vind ik meestal niet veel soeps, maar ik houd wel van iemand als Billie Eilish want zij doet vernieuwende dingen. Ik ben heel breed, maar ook wel ouderwets. Ik houd erg van soul zoals Stevie Wonder en Aretha Franklin. Dat is gewoon goede muziek. Van Amy Winehouse ben ik een fan voor het leven. Ook Adele, toen haar stijl nog een beetje in de richting van Amy was. De eerste paar albums waren geweldig. Ik luister naar Spotify en ben daarin misschien een slecht voorbeeld, vooral voor klassieke muziek. Ik heb wel een platenspeler en koop vaak tweedehands platen.
Vind je dat de blokfluitles en muzieklessen terug moeten keren op scholen?
“Muzieklessen voor honderd procent. Kinderen gedwongen blokfluit te leren spelen heeft volgens mij nog nooit iemand geïnspireerd om daarmee verder te gaan. Het kan tot trauma’s leiden. Ook het spelen in een grote groep zou bij mij een stop hebben veroorzaakt. Je moet kinderen laten kiezen voor iets. De reden dat ik doorgegaan ben met de blokfluit is dat het mijn eigen keuze was. Het echte probleem is volgens mij dat wanneer kinderen voor de blokfluit kiezen, de ouders vaak vragen of ze niet toch liever zouden overstappen op de dwarsfluit of een ander blaasinstrument. Een ander probleem is dat de docenten misschien niet altijd voldoende input en inspiratie geven. Toch zie ik het wel gebeuren! Er zijn momenteel veel kinderen die heel gepassioneerd bezig zijn met die blokfluit en veel docenten die contact met elkaar hebben en het gevoel geven dat de kinderen deel uit maken van een community. Die uitwisseling is essentieel om een hoger niveau te bereiken. We zijn nu nog een niche.”
Wat wil je nog bereiken? Lesgeven?
“Dat doe ik nog niet regulier, maar die uitwisseling van kennis vind ik wel belangrijk. Ben zelf zo geïnspireerd door mijn docenten dat ik dat ook wil delen met jonge blokfluitisten. Ook in de vorm van festivals, met nieuwe componisten werken aan nieuwe muziek voor de blokfluit. Nu inspireert het me nog enorm om projecten te doen. Er zijn nog heel veel mogelijkheden.”
Fotografie: Marco Borggreve

Reacties (0)